Jacob Dormits
Familie - Verhaal - Foto's - Verkaufsbuch - Bronnen
- Zutphen,
-Vermoord in kamp-
Sobibor,
Jacob werd 78 jaar
Familie
Gehuwd met: Heintje Dormits-Salomons
Kinderen: Rijntje Dormits, Abraham Dormits, Mietje Dormits
Verwant: Herman Dormits
Verhaal
Jacob Dormits is geboren op 29 april 1865 in Zutphen. Zijn vader was Louis Jacob Dormits, geboren 23 oktober 1835 te Zutphen en daar op 17 juni 1908 overleden.
Zijn moeder was Bela Weijel, geboren 24 februari 1841. Ze is in Zutphen op 24 september 1923 overleden.
Louis Jacob en Bela zijn in 1864 getrouwd. Ze hadden een runderslagerij aan de Spittaalstraat 95. Daar woonde Jacob met drie broers (Abraham, Joseph en Herman) en vijf zussen (Eva, Grietje, Klaartje, Jane en Rika). Jacob was de oudste. Alle zonen werden runderslager. Abraham is al in1906 overleden.
Heintje Salomons is op 28 juli 1877 geboren in Arnhem. Haar vader was Liepman Salomons, haar moeder Rijntje Vredenburg. Met haar ouders woonde Heintje in Arnhem. Haar vader was slager, haar moeder naaister en handwerkster. Ze had één broer, Salomon, en twee zussen, Sophia en Naatje.
Kosjere slager, veel niet-joodse klanten
Jacob Dormits vestigt zich op 9 december 1901 aan de Barlheze 99 te Zutphen, waar hij een slagerij begint. Op 10 december 1901 treedt hij in Arnhem in het huwelijk met Heintje Salomons. Zij laat zich per 18 december 1901 inschrijven op Barlheze 99.
De ‘Vleeschhouwerij’ van Jacob Dormits ligt naast de vismarkt. Hoewel hij alleen koosjer vlees verkoopt, heeft hij ook veel niet-joodse klanten, misschien wel meer dan joodse. Op zaterdag, sabbat, is de winkel gesloten, op zondag open. De sabbat begint vrijdag bij zonsondergang en duurt tot zonsondergang op zaterdag. Soms begint Jacobs vleesverkoop al op zaterdag om 17 uur. Zijn bijnaam is ‘de Kop’.
Ook zijn broers Joseph en Herman hebben een slagerij in de Barlheze, evenals nog enige joodse en niet-joodse collega’s.
Het slachten gebeurt aan huis, tot 1930, als het gemeentelijk slachthuis op de Mars wordt geopend. In het slachthuis is een ruimte voor ritueel slachten. Maar in november 1941wordt het voor Joden verboden in het slachthuis te werken.
Op een foto uit 1905 is de Vleeschhouwerij van Jacob goed te zien. Zie het vak hieronder. De foto (collectie S. Schouten) is geplaatst bij een artikel van Dick Eikelboom over slagerijen in de Barlheze. De man met de witte jas en de bakkebaarden rechts op de foto is de vader van Jacob Dormits. Het kind op de arm bij de vrouw naast hem is Bela, de oudste dochter van Jacob.
Jacob en Heintje krijgen vijf kinderen, twee zonen en drie dochters.
Bela, dochter geboren 30 mei 1903; Rijntje, dochter geboren 2 juni 1904; Louis Jacob, zoon geboren 25 april 1907; Abraham, zoon geboren 10 november 1908; Mietje, dochter geboren 17 juli 1914. Louis Jacob is al op 16 januari 1908 overleden.
In een advertentie voor de 25ste trouwdag van Jacob en Heintje is overigens geen sprake van een Bela maar van een Bertha (zie in het vak hieronder de advertentie in het Nieuw Israelietisch weekblad van 12-11-1926).
Na het overlijden van vader Louis Jacob in1908 gaat moeder Bela Dormits-Weijel met drie kinderen naar Barlheze 33. Zij staat daar in 1910 ingeschreven met de zonen Joseph en Herman, beiden runderslager, en dochter Rika. Ze nemen de zaak van Van Gelder over, ook een joodse slager. De andere kinderen van Bela wonen dan niet meer in Zutphen. Moeder Bela is in 1923 overleden.
Herman Dormits trouwt in 1920 met Sientje Cohen. Ze gaan wonen op Barlheze 14. Herman en Sientje krijgen twee kinderen. Met zijn ongetrouwde broer Joseph runt Herman de Zutphense ‘Vleeschhal’.
Laat bloemen uw tolk zijn en Dormits uw slager
Uit de diverse advertenties die Jacob in de Zutphensche Courant zette, blijkt dat hij erg actief is en dat er sprake is van fikse ‘concurrentie’ in de slagerswereld. Jacob adverteert met vrolijke parolen, zoals ‘Laat bloemen uw tolk zijn en Jacob Dormits uw slager’. Overigens is deze slagzin volgens Dick Eikelboom oorspronkelijk van broer Joseph: ‘Laat bloemen uw tolk zijn, maar Joseph Dormits uw slager’.
Jacobs broers Joseph en Herman behoren dus tot zijn concurrenten in de Barlheze.
(advertenties van de gebr. Dormits, Barlheze 14, alle uit de Zutphensche Courant, van 16-10-1925, 19-11-1928, 31-10-1930 en 31-12-1936, in het vak hieronder)
De advertenties van Jacob Dormits zijn aanmerkelijk pittiger van toon: zie ook het vak hieronder, Zutphensche Courant van 15-3-1935 en 13-12-1935. Maar de mooiste blijft toch deze: Laat bloemen uw tolk zijn en Jacob Dormits uw slager, Zutphensche Courant 12 september 1935.
De concurrentie tussen de broers klinkt bijna moordend, maar dat is wellicht schijn. Er zijn ook andere signalen. Zo werkt Rijntje, dochter van Jacob, bij zijn broers Joseph en Herman. Als zij in 1937 verhuizen van Barlheze 33 naar een groter pand op de Nieuwstad, verhuist Rijntje mee. Zij helpt in de huishouding.
Dick Eikelboom schetst Jacob Dormits als een actieve buurtbewoner. Zo is hij lid van de buurtcommissie die de viering van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923 organiseert.
Jongens in huis
De familie Dormits neemt in de loop van de jaren dertig tot in 1942 drie maal een moeilijk opvoedbare jongen in huis.
De eerste is Meijer Groen (geb. 11 september 1915). Hij komt uit Amsterdam en woont bij Dormits van 2 maart 1932 tot 6 augustus 1937. Zijn vader kent de familie Dormits van lang geleden. Meijer wilde rabbijn worden, maar staakte de opleiding aan het seminarium en komt als een tijdelijke logé bij Dormits in huis.
Na het wat onwennige eerste jaar raakt Meijer verknocht aan Zutphen en gaat hij niet meer weg. En hij weet de oorlog te overleven. Na de oorlog speelt hij een belangrijke rol in de Joodse gemeenschap in Zutphen en daarbuiten.
In zijn biografie, die in 2009 is opgetekend door Jaap Riemens, vertelt Meijer Groen ook over zijn tijd bij de familie Dormits. Jacob en Heintje Dormits noemt hij aardige, hartelijke, behoudende mensen. Niet zo vroom als zijn Amsterdamse familie, maar ‘provinciaals vroom’. Hoe dat zo? Jacob Dormits ging maar een keer per jaar naar sjoel, op Jom Kippoer, terwijl Groen naar eigen zeggen elke dag ging. Maar de huishouding was kosjer. Op vrijdag kwam een niet-joodse buurvrouw het licht aandoen en later ook weer uitdoen. Dat was buurvrouw Geerlings.
In 1932 is er ook enige tijd een Poolse Duitser in huis, Brüno. Die waarschuwt voor Hitler, maar in Zutphen zien ze het gevaar nog niet zo. Het is er rustig. Meijer Groen heeft voor de oorlog in Zutphen geen antisemitisme bespeurd.
Bij Dormits heerst gelukkig geen armoede, zoals bij Meijer Groen thuis in Amsterdam. Hij heeft er een eigen kamer. En in huis hoeft hij niets te doen. De oudste dochter Bela (Bertha) doet het huishouden.
Meijer Groen hoeft ook geen kostgeld te betalen. De familie Dormits krijgt via Josef Cohen, de chazan van de Joodse gemeente in Zutphen, wel geld voor hem. Groen gaat soms helpen in de joodse comestibleszaak van Antonette (Netje) Sternfeld op de Rozengracht. Later krijgt hij kantoorwerk, bij papierwarenfabriek Holland. Een deel van zijn verdiensten geeft hij aan Heintje Dormits.
Met zoon Abraham (Bram) raakt Meijer bevriend. De kaartavonden met vader Dormits, Bram en nog een vriend van Bram zijn hem bijgebleven. ‘De grappen vlogen over tafel.’ Vader Dormits is in de ogen van Meijer geen harde werker. Maar Bram ‘werkte voor twee’ in de slagerij.
Mietje Dormits is maar een jaar ouder dan Meijer. Ze is naaister en hij vindt haar aardig, maar ze ‘moest niets van mij hebben. Ik was veel te stijfjes voor haar.’ In 1937 verhuist Meijer Groen naar de Nieuwstad. Daarna gaat hij nog vaak eten bij de familie Dormits.
De tweede jonge kostganger is Levie David Blaauw (geb. 18 november 1923). Hij woont vanaf medio juni 1939 bij de familie Philip Weijel en Esther Kastan, Van Tilstraat 6. Hij is bijna 16 jaar als hij in Zutphen terechtkomt vanuit Amsterdam. Philip is slager, Esther en hij hebben een soort pleeggezin voor moeilijk opvoedbare jongens. Levie vertrekt per 4 augustus 1941, als Philip en Esther een nieuwe Duitse vluchteling in huis nemen, naar Barlheze 99. Mogelijk gaat hij bij Dormits in de leer als slager.
De derde is Herman Boekdrukker (geb. 18 mei 1925). Ook hij heeft eerst bij de familie Philip en Esther Weijel gewoond. Herman is medio 1942 naar Dormits gegaan. Mogelijk is hij ook hij in de leer als slager. Hij is hoogstwaarschijnlijk opgepakt bij de razzia van 17 november 1942. Maar hij overleeft de oorlog.
Oorlog
Het lot van Jacobs broers Joseph en Herman Dormits (en zijn gezin) is beschreven door John Löwenhardt. Joseph wist te overleven door onder te duiken aan de Houtmarkt.
Herman en Sientje zijn met het laatste grote transport op 7 april 1943 uit Zutphen weggevoerd naar Vught. Op 28 mei worden ze in Sobibor vermoord. Hun zoon Louis sterft al op 16 april 1943 in de gaskamer van Sobibor, op 22-jarige leeftijd. Zoon Izak Dormits wordt op 31 maart 1944 in Auschwitz vermoord. Hij is dan 19 jaar. Voor hen liggen Stolpersteine op de Nieuwstad.
Bela Dormits, de oudste dochter van Jacob en Heintje, trouwt op 15 februari 1939 in Zutphen met vleeskeurmeester Mozes Spanjar. Het echtpaar verhuist naar Nijkerk. In het vak hieronder staat een foto van Bela: Links Bela Spanjar-Dormits, met op de arm haar zoontje Karel, geboren in 1939. (Foto afkomstig uit het project In Memoriam van Guus Luijters en Aline Pennewaard, gevonden op Joods Monument.)
Karel Spanjar wordt in juni 1943 met het zogeheten kindertransport uit Vught via Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Hij is dan 3 jaar.
Bela en haar zoontje Karel worden beiden op 11 juni 1943 in Sobibor omgebracht. Haar man Mozes Spanjar een maand later, op 9 juli 1943. Op het Nijkerk Monument 1940-1945 worden Bela, Mozes en Karel herdacht. Er ligt in Nijkerk ook een Stolperstein voor Bela.
Ook Jacob en Heintje Dormits-Salomons en hun andere kinderen Rijntje, Abraham en Mietje overleven de oorlog niet. Rijntje is van de Nieuwstad, waar ze dienstbode was, teruggekeerd naar Barlheze 99.
Tussen november 1942 en april 1943 zijn vrijwel alle Zutphense Joden via Westerbork of via Vught en Westerbork naar concentratiekampen gedeporteerd. Ook de familie Dormits van Barlheze 99.
Abraham Dormits is al op 2 oktober 1942 vanuit Westerbork gedeporteerd naar Schöppinitz, waar hij op 31 oktober 1943 is omgekomen. Schöppinitz was een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders. Zeer weinigen overleefden dit kamp.
Jacob en Heintje Dormits zijn op 07 april 1943 naar Vught getransporteerd en op 8 mei 1943 van Vught naar Westerbork. Vervolgens zijn ze op 11 mei 1943 van Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar ze op 14 mei 1943 zijn vermoord.
Rijntje Dormits is op 21 september 1943 vanuit kamp Vught naar Westerbork getransporteerd en van daaruit op dezelfde datum gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 29 september 1943 is vermoord.
Mietje Dormits is op 29 januari 1943 van Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd en daar op 1 februari 1943 vermoord.
Over Abraham Dormits valt nog iets meer te vertellen. Hij heeft waarschijnlijk met een groep Zutphense Joden in het werkkamp Lievelde gezeten.
De primaire bron daarvoor is een zinsnede uit een brief van Herman Snatager, gedateerd 27 augustus 1942, aan zijn ondergedoken broer Eduard:
Ik kreeg vorige week een oproep voor een werkkamp in Lievelde
Kreeg voorlopige vrijsteling.
Wie gingen wel – Jopie Weijel, Cohens, Hanouers, Lipschits, Dormits en Daniël Mozes. Vandaag opnieuw een transport: Nathan Vomberg, De Beer, Herman en Mozes de Wolf, Japie, Emieltje, Ru Windmuller etc.
Later schreef hij in een brief gedateerd 29 september 1942:
Allen uit kamp Lievelde waar ik destijds ook heen moest – zijn vorige week ’s nachts naar Westerbork vervoerd en werken daar op het land.
De secundaire aanwijzing is het kaartje van Daniël Mozes uit Kamp Westerbork in het Arolsen archief. Zie het vak hieronder. Let op de tekst linksonder: 2-10 uit werkkamp op transp.
Over het kaartje van Abraham Dormits en van Daniël Mozes staat geschreven: Trsp 2-10-42.
Op 2 oktober 1942 is een groep Joden uit Zutphen gedeporteerd, onder wie Daniël Mozes en Abraham Dormits.
Pand verwoest
Het pand aan Barlheze 99 is tijdens het bombardement van oktober 1944 verwoest. De toenmalige ligging was tegenover wat nu huisnummer 50 is. Zie de foto hieronder: Achterzijde van de slagerij na het bombardement. Bron: de site mijngelderland.nl
Bronnen:
Dick H. Eikelboom: Slagerijen in de Barlheze in de eerste helft van de 20ste eeuw, in het tijdschrift Zutphen van de Historische Vereniging Zutphen (2008);
John Löwenhardt: Gezin-Dormits op Nieuwstad 42 te Zutphen (te vinden op grutmolen.nl/geschiedenis, op stolpersteinezutphen.nl en op Joods Monument);
Kamp Westerbork;
Mijngelderland.nl;
Joods Monument;
Arolsen Archief;
Archief gemeente Zutphen (RAZ 0003 inv nr 2292);
J. de Moei, Joodse kinderen in het kamp Vught (Vught 1999), gevonden op Joods Monument;
Herman Snatager: Zo gaan we allemaal … brieven van een vervolgd man 1941-1943;
Jaap C. Riemens: Dat overleef ik wel - Meijer Groen - Het bewogen leven van een Joodse Zutphenaar (2009);
Peter Kooij: De Zutphense kehille in het bijzonder – Een geschiedenis van Joods Zutphen (2021);
Herman van Rens en Annelies Wilms: Tussenstation Cosel. Joodse mannen uit West-Europa naar dwangarbeiderskampen in Silezië, 1942-1945
Henk Bakker, Menno Tamminga, Anneke Teunissen, november 2025
Foto's