Sallie Levison
Familie - Verhaal - Foto's - Verkaufsbuch - Bronnen
- Zutphen,
-Vermoord in kamp-
Sobibor,
Sallie werd 73 jaar
Familie
Kinderen: Helene Levison, David Levison, Dina de Metz-Levison
Verhaal
De families Levison en Menko
(met bijlagen over Ida Ilse Körner en Lina Fuldauer, die ook op Berkelkade 12 hebben gewoond)
(De geschiedenis van Berkelkade 12 kan niet los gezien worden van Rozengracht 18 en Brugstraat 12, waar familieleden van Levison woonden.)
Sallie Levison werd geboren op 20-07-1869 in de Hospitaalstraat te Zutphen. Zijn ouders waren David Levison, bakker en winkelier in suikerwerk, geboren op 19-04-1845 in Oss en Dina Cohen geboren op 02-09-1838 in Zevenaar. David overleed op 04-01-1913 te Zutphen en dat was ook het geval met Dina op 27-10-1912.
Beide Pinksterdagen vers brood en gebak bij D. Levison: Advertentie uit de Zutphense Courant, 6 juni 1908 (zie vak hieronder)
Uit de gezinskaarten blijkt dat Sallie vanuit de Hospitaalstraat daarna, tot zijn huwelijk, via de Waterstraat en Groenmarkt aan de Rozengracht 18 kwam te wonen. Sallie Levison huwde op 12-02-1903 met Johanna Menko te Barmen, nu onderdeel van Wuppertal (Dld). Johanna werd geboren op 30-10-1881 te Elberfeld, eveneens onderdeel van Wuppertal.
Foto van Sallie Levison in vak hieronder (foto Erfgoedcentrum)
Foto van Johanna Levison-Menko (1923, foto Erfgoedcentrum)
Na hun huwelijk gingen Sallie en Johanna naar Turfstraat 34-A, waar zoon David (1906) en de dochters Helene (1909) en Dina (1910) werden geboren. Daarna ging de familie wonen aan de Marschpoortstraat, waar dochter Paula (1914) werd geboren. Uiteindelijk vestigde de familie Levison zich aan de Berkelkade 12. Moeder Johanna Menko overleed daar op 19-07-1935.
Foto van zoon David Levison (1922, foto Erfgoedcentrum)
Foto van Paula Levison (1929, foto Erfgoedcentrum)
Sallie Levison was koopman van beroep. Op de ‘Liste der in Zutphen wohnhaften jüdische Personen’ van juli 1942 staat hij geregistreerd als ‘Direktor Lumpenhandel’. Deze lijst werd door de gemeente Zutphen opgesteld op last van de Duitse bezetter.
De nazi's dwongen Sallie Levison om Berkelkade 12, een groot pand, te verkopen. Dat gebeurde op 9 februari 1943. (Verkaufsbücher, Nationaal archief)
Via Vught (9 april 1943) kwam Sallie Levison in Westerbork (9 mei 1943) terecht, van waaruit hij op 11 mei 1943 is getransporteerd naar Sobibor. Op zijn persoonskaart van Kamp Westerbork is het adres Berkelkade 12 doorgestreept en vervangen door Capellenlaan 18. Op dat adres woonde zijn zoon David.
Op zijn Westerborkkaart staat verder dat hij gesperrt is wegens zijn functie als penningmeester NJG (?). Zijn ‘vroegere functie’ was directeur van een groot lompenbedrijf. Hij was een ‘goed financier’, kon goed leidinggeven en was bedreven in de Nederlandse en Duitse correspondentie. Gezondheidstoestand goed. Dit alles vermeldt die kaart.
Op een andere persoonskaart is sprake van een verzoek om de Sperre van Levison wegens ‘weermacht’ te bevestigen. (zie noot onderaan het verslag) Die kaart besluit met de vaststelling dat betrokkene niet is gesperrt. Op 14 mei 1943 is Sallie Levison in Sobibor vermoord.
Dochter Helene Levison
Helene Levison is op 23 maart 1909 in Zutphen geboren. Ze heeft korte tijd in Amsterdam gewoond.
Het Amsterdams Stadsarchief (1929) heeft een kaart van Helene Levison.
De gemeentelijke administratie van Zutphen meldt vervolgens: Ingeschreven 20 nov 1930 komende vanaf Amsterdam.
Kamp Vught registreert haar op 10-04-1943. Op 23-05-1943 is ze weggevoerd naar kamp Westerbork. Haar persoonskaart van dit kamp vermeldt als beroep: secretaresse/typiste. Ze is niet gesperrt. Op 25-05-1943 ging ze op transport naar Sobibor, waar ze op 28-05-1943 werd vermoord.
Zoon David Levison overleeft de kampen
David Levison, zoon van Sallie en Johanna, was van beroep koopman in lompen. Hij is getrouwd met Henriëtte de Winter, geboren 31-8-1912 in Zutphen. Het gezin overleefde concentratiekamp Bergen-Belsen, behalve Meir. Henriëtte beviel op 19-11-1943 in kamp Westerbork van hem. Meir kwam om in Bergen-Belsen op 26-03-1945.
Foto van David in 1930 (foto Erfgoedcentrum)
Voor de oorlog kregen David en Henriëtte twee zonen: Sallie, geboren op 24-05-1936 en Marcus op 03-02-1939. In de oorlog kregen David en Henriëtte nog een zoon, Habakuk Leendert Johan, geboren op 10-07-1942 in Zutphen.
Het gezin Levison-de Winter woonde aan de Van der Capellenlaan 18 te Zutphen en volgens bronnen was ook nummer 20 in hun bezit. Het stond op naam van Henriette. Dat zou ook het geval zijn geweest voor nummer 18, gelet op de gegevens van onteigening door de Duitsers.
Het hele gezin staat op 10-05-1943 geregistreerd in Kamp Vught en op 23-05-1943 in Kamp Westerbork.
De persoonskaart Westerbork van David Levison vermeldt: gesperrt ‘wegens weermacht’. (zie noot onderaan de tekst) Hij had de leiding over financiën, materiële uitrusting en verzorging van leerlingen van de Joodse Centrale voor Beroepsopleiding, J.C.B. afgekort. Zijn vroegere beroep: lompenhandelaar. Diploma: 5-j. handelsschool. Een flinke organisator met een goede gezondheid. Aldus zijn kaart.
Zijn Sperre en die van Henriëtte (wegens functie echtgenoot) werden opgeheven. Het hele gezin, inclusief de in Westerbork geboren Meir, ging op 05-04-1944 op transport naar Bergen-Belsen. Op een andere kaart van David Levison staat: ‘Verwachten dat betr. op een der volgende Austauschlijsten zal staan.’ Een deel van de gevangenen in Bergen-Belsen werd namelijk uitgewisseld met Duitsers in Palestina. Dat is met het gezin Levison-de Winter niet gebeurd.
Het gezin Levison-de Winter staat op een lijst van het United States Holocaust Memorial Museum dat registreerde wie in Celle waren bevrijd. Het concentratiekamp Bergen-Belsen bevond zich in de buurt van Celle en werd op 15 april 1945 door de Britten bevrijd.
Echter, er is met het gezin Levison-de Winter meer aan de hand. Als je de vijf persoonskaarten goed bekijkt dan valt er iets op. De extra tekst: “Trein B.B.” Dit kan betekenen dat ze in de laatste dodentrein van Bergen-Belsen hebben gezeten. Die trein vertrok uit Bergen-Belsen tussen 6 en 11 april 1945 en reed dagenlang door delen van Duitsland tot die uiteindelijk tot stilstand kwam op een spoor van het station Tröbitz.
Tröbitz is een gemeente in Brandenburg, 60 km. ten noorden van Dresden. Op 23-04-1945 werden de nog levende gevangenen, te midden van velen die waren overledenen door uitputting en ziekten, door het Rode Leger, afdeling Oekraïne, bevrijd. In de Database Holocaust Survivors and Victims worden de gezinsleden Levison genoemd met de aantekening dat ze op 23-04-1945 werden bevrijd te Tröbitz.
Op de persoonskaarten van de vijf gezinsleden staat aangetekend: gerepatrieerd en Terug! Of In leven! Zelfs bij Meir stond ‘gerepatrieerd’, maar dat is doorgestreept. Het in Westerbork geboren jongetje had Bergen-Belsen niet overleefd.
Het gezin Levison-de Winter is later in Israël gaan wonen. David overleed op 22-02-1989 te Kefar Sava Petach Tikva in Israël. Henriette stierf daar op 28-04-1981. Zoon Marcus overleed op 27-01-2015 in Ein Vered, Ha Sharon Israël. Zoon Sallie is in 2023 in Israël overleden. Zijn vrouw Mira leeft nog. Zij kregen twee kinderen, van wie zoon Yaffe nog leeft, in Australië. Zoon Habakuk?
Dochter Dina Levison (Dina Elzas-Levison) kan de verschrikkingen navertellen
Dina Levison, dochter van Sallie en Johanna, is op 23-07-1934 in Utrecht gehuwd met Julius Elzas.
Dina en Julius Elzas overleefden de oorlog en vertrokken later naar Israël. Zij werden daar in 1995 geïnterviewd door de heer W.M. van Vreeswijk over de verschrikkingen die hen waren overkomen en hoe ze meerdere concentratiekampen overleefden. Dat is opgetekend door prof. dr. W.C. Ultee, in een verhaal over de Joodse inwoners van Woerden. Daardoor kunnen we over de geschiedenis van Dina en Julius meer vertellen. In combinatie met de informatie van de persoonskaarten.
Julius Elzas kwam uit Winterswijk, waar hij in 1907 was geboren. Na hun huwelijk gingen Dina en Julius naar Kamerik, waar Julius huisarts werd. Ze kregen een dochter, Channa (1936), en een zoon, Arjeh (1938).
Joodse artsen mochten vanaf 1 mei 1941 hun beroep niet meer uitoefenen, althans geen niet-Joodse patiënten behandelen. Zo was op 5 februari bekendgemaakt. Op 1 maart 1941 legde Julius Elzas zijn functie neer. Het gezin verhuisde naar Woerden, Prins Hendrikkade 18, waar Julius wat verdiende door bijles te geven.
Op de Westerborkkaart van Julius staat dat hij is gesperrt wegens zijn functie als medisch adviseur bij de Joodse Raad. Ook Dina is tijdelijk vrijgesteld van transport, wegens de functie van haar man. De Sperre werd opgeheven, want ‘neemt functie niet meer waar’.
Elzas verschafte naar eigen zeggen inlichtingen aan de Engelse geheime dienst, maar dat werd ontdekt. Daarover werd hij gewaarschuwd door een ‘goede’ politiecommandant. Het gezin Elzas-Levison dook snel onder. Channa ging naar een vroegere dienstbode, Arjeh werd ondergebracht bij een vriend van de familie. Dina en Julius vonden onderdak in een hut op een rieteiland in de Nieuwkoopse Plassen.
Die plek bleek toch niet echt veilig. Via Woerden trok het echtpaar door naar onderduikadressen in Ede en Arnhem. Daar werden Dina en Julius opgepakt en gescheiden van elkaar overgebracht naar de Scheveningse gevangenis. Julius Elzas zou via kamp Amersfoort (11-5-1943) naar Scheveningen (12-5-1943) zijn overgebracht.
Julius Elzas en Dina Elzas-Levison staan op 13-05-1943 geregistreerd in Kamp Westerbork. In Westerbork werkte Julius als arts. Hij hoefde daar niet weg, maar dat wilde hij juist wel, omdat hij bang was dat de Gestapo hem nog zocht. Ze hoopten erop vanuit het ‘uitwisselingskamp’ Bergen-Belsen te worden geruild tegen Duitsers in Palestina.
Op 11 januari 1944 gingen Julius en Dina op transport naar Bergen-Belsen. Julius werd daar opnieuw arts, terwijl Dina nachtverzorgster werd in de bejaardenbarak. Ze werden echter niet uitgewisseld. Op de persoonskaarten van beiden staat dat ze op 23 september 1944 op transport werden gesteld van Bergen-Belsen naar Oranienburg, een concentratiekamp te noorden van Berlijn.
Naar eigen zeggen hebben ze ook opgesloten gezeten in de Gerichtsgefängnis in Celle, een plaats bij Bergen-Belsen. Daar werden ze van elkaar gescheiden. Julius ging van gevangenis naar gevangenis. Op het station in Breslau kwamen ze elkaar weer even tegen, beiden op weg naar Auschwitz. (?) In november 1944 ging Julius naar concentratiekamp Neuengamme. Julius Elzas werd in april 1945 bevrijd in Sandborstel.
Dina werd naar het werkkamp Raguhn gestuurd, bij Buchenwald. Honderden vrouwen verrichtten daar dwangarbeid. Op de registratiekaart van Raguhn staat als datum 21-3-1945 en de aantekening Polit. Holl. Jüdin (politieke Hollandse jodin?). Op een gegeven ogenblik werden de mensen ‘in een trein gestopt, die na vele omzwervingen in Theresienstadt aankwam’. In dat concentratiekamp werd Dina bevrijd op 10 april 1945.
Julius ging na zijn bevrijding op zoek naar zijn echtgenote. Maar hij werd zwaar ziek, knapte op in Rotenburg, ergens tussen Bremen en Hamburg. Vandaar ging hij terug naar Nederland. In Zutphen belde hij de burgemeester van Kamerik, die hem kon vertellen dat zijn kinderen nog leefden.
Dina Elzas kwam terug bij hun vroegere dienstbode, die haar eerst niet herkende. Ze bracht haar ‘na een kop koffie en een boterham bij haar kinderen.’ Zelf herkende Dina haar eigen man eerst niet. ‘Ze zag niet dat de kale en magere man aan de straatkant haar echtgenoot was.’
Het gezin ging wonen op het adres A 42 te Kamerik, waar Julius eind 1945 zijn praktijk hervatte. In 1964 vertrokken ze naar Israël. Julius overleed op 14-04-1996 te Jeruzalem. Dina stierf ook in Jeruzalem, op 28-05-1996.
Channah Elzas, de dochter van Dina en Julius, is waarschijnlijk met haar ouders naar Israël gegaan en huwde daar met Max Carel Vedder. Ze overleed in Israël op 22-03-2012. Haar man Max werd in Amsterdam geboren in 1931 en overleed te Jeruzalem op 17-01-1990. In een stamboom Vedder van Anton Vedders staat vermeld dat Channah en Max circa 1960 huwden en er twee kinderen werden geboren. De eerste is Jigal, geboren 10-03-1962 in Jeruzalem en de tweede is Roniet, geboren circa 1964 ook in Jeruzalem.
Ook Arjeh Elzas, de broer van Channah, is naar Israël gegaan.
Dochter Paula Levison (Paula Neumann-Levison) overleeft
Paula Levison, dochter van Sallie en Johanna. Wat weten we nu over haar? Volgens haar persoonskaart heeft ze in Kamerik en Wassenaar gewoond, om op 3 mei 1940 terug te keren naar Berkelkade 12 in Zutphen. In maart 1941 was ze nog een week in Kamerik, en op 31 maart ging ze naar haar zus Dina en zwager Julius in Woerden, Prins Hendrikkade 18. Op 11 augustus 1941 kwam ze in de Euterpestraat 14 in Amsterdam te wonen.
Het Stadsarchief Amsterdam heeft een persoonskaart Paula Levison
Op 07-04-1942 staat ze in Amsterdam geregistreerd op het adres Nieuwe Kerkstraat 135. De persoonskaart vermeldt ook nog het adres Nieuwe Keizersgracht 110.
Deze twee adressen maakten deel uit van het complex Nieuw Israëlitische Ziekenhuis (NIZ) en het Oude Mannen en Vrouwen Huis. Op haar kaartje staat dat ze assistent huishoudster is. Beide instellingen zijn ontruimd: het Oude Mannen en Vrouwen Huis op 3 maart 1943, het NIZ definitief op 13 augustus 1943. In (een deel van) deze periode werkten in het NIZ ook twee andere vrouwen uit Zutphen: Gerda Menko en Bettie Weijl.
Op Joods Monument staat dat Paula Levison was ondergedoken in Utrecht. Op 21-8-1945 vestigde ze zich in Kamerik.
Volgens de persoonskaart uit Amsterdam verbleef Paula in 1946 in Duitsland en in Amsterdam.
Paula Levison huwde op 28-05-1947 in Zutphen met Albert Neumann, wonende te Voorst, geboren in Wenen (Oostenrijk). In de huwelijksakte staat dat Paula in Zutphen woont. We weten niet hoe het leven van Paula en Albert verder is verlopen.
Wim Knaake, oktober 2025
Noot over de persoonskaarten van Sallie en David Levison, waarop staat ‘gesperrt wegens weermacht’ (informatie van David Barnouw, oorlogsdeskundige, voormalig medewerker NIOD:
‘In de oorlog is er sprake geweest van zgn. Rüstungsjuden die 'bescherming' genoten.
Dat waren Joden die hadden kunnen aantonen dat hun werk van belang was voor de Duitse Wehrmacht, die veel opdrachten in Nederland had uitstaan: voor kleding, voeding, onderkomen etc.
Het was de stevige antisemieten in het Duitse apparaat een gruwel dat Joden dus onder bescherming van de Wehrmacht stonden en dus niet naar Auschwitz doorgestuurd mochten worden.
In oktober 1942 werd besloten dat vanaf 1 maart 1943 alle Rüstungsjuden zouden moeten verdwijnen, hoewel ze wel in Vught of Westerbork apart tewerk gesteld konden worden.
Maar er werd op lokaal niveau al eerder actie ondernomen: een voorbeeld is de textielfabriek Hollandia-Kattenburg in Amsterdam-Noord, waar vooral Joodse vrouwen regenkleding voor het Duitse leger maakten. In november 1942 werden ze daar door de Duitsers weggehaald, met als smoes dat er sabotage was gepleegd.
Een nadeel van zo'n Sperre was vaak dat de betrokken Joden zich veilig(er) voelden en dus minder geneigd waren naar onderduikmogelijkheden te zoeken; dat viel dus ook in het voordeel van de vervolgers uit.’
Ludwig Menko en Gerda Menko (Gerda Themans-Menko)
Ludwig Menko is geboren op 10 december 1881 te Eberfeld (Fld). Hij is familie van Johanna Menko, de echtgenote van Sallie Levison.
Ludwig is op 17 oktober 1939 van Wuppertal naar Zutphen gekomen, volgens gegevens uitgezocht door Menno Tamminga. Overigens komt hij eind 1942 voor het eerst voor in het adressenboek van de gemeente Zutphen als bewoner van Berkelkade 12.
Op de eerder genoemde lijst van in Zutphen woonachtige Joden van juli 1942 staat hij ook geregistreerd op Berkelkade 12, met de aantekeningen: zonder beroep en zonder nationaliteit. De kaart van Kamp Westerbork vermeldt dat hij ooit directeur was van een groot lompenbedrijf.
Ludwig Menko was gehuwd met Erna Else Elfriede Friede. Volgens de site Family Search leefde Erna van 1886-1931. Deze site vermeldt één nazaat, namelijk zoon Hans Julius die geleefd zou hebben van 1917-1993.
Maar Ludwig had ook een dochter. Gerda Dina Sara Menko, geboren 30 oktober 1919 in Wuppertal-Barmen, kwam op 3 april 1939 terecht op Berkelkade 12. Op de Zutphense lijst met Israëlieten van april 1941 staat zij vermeld als dienstbode.
Gerda Menko is op 3 maart 1939 getrouwd in Keulen met de 32 jaar oudere Heinrich Menko, geboren in Elbersfeld (D). Het was een schijnhuwelijk. Heinrich was een zoon van de in Enschede geboren Albert Menko en had de Nederlandse nationaliteit. Door haar huwelijk kreeg Gerda die ook. Dat was een manier om de Nederlandse restricties op de immigratie van Duitse Joden te omzeilen.
Het Stadsarchief Amsterdam heeft een kaart van Heinrich Menko.
Deze Heinrich Menko was een broer van Johanna Menko, de in 1935 gestorven vrouw van Sallie Levison. Op 3 april 1939 staat ook Heinrich ingeschreven op Berkelkade 12. Het huwelijk van Gerda en Heinrich is ontbonden op 22 november 1940 in Den Haag.
Sallie Levison neemt dus de vrouw (Gerda) van de broer (Heinrich) van zijn overleden echtgenote (Johanna) in huis plus Gerda’s vader (Ludwig).
Gerda Menko was in Zutphen lid van de Joodse, zionistisch getinte jeugdvereniging Libie Bamizrach.
In februari 1941 verhuisde Gerda naar de Deventerweg 51. Op dat adres woonde Markus de Winter (28 mei 1884). Van beroep slager. Het ligt voor de hand dat ze zijn huishoudster was, zoals de lijst Israëlieten vermeldt.
Gerda bleef daar niet lang, ruim een half jaar, en verhuisde per 15 september 1941 naar Amsterdam, Nieuwe Keizersgracht 110. Dat was het adres van het Nederlandsch-Israëlitisch Ziekenhuis (NIZ). Ze is nu leerling-verpleegster. In Amsterdam trouwde Gerda op 9 september 1942 met Sally Alexander Themans (Almelo; 21 september 1909). Hij is een zoon van Jacob Maurits Themans en Sara Levison, een zus van Sallie.
Per 15 februari 1943 verhuisden ze naar de Transvaalkade 117 boven.
Hun nieuwe adres is hetzelfde adres waar Ludwig Menko naartoe ging.
Hij was ziekelijk, meldt zijn inschrijvingskaartje in de administratie van Kamp Westerbork.
Op het kaartje staat ook dat hij gesperrt was (hoefde nog niet op transport) vanwege functie van de schoonzoon. Zijn schoonzoon, Sally Themans, was namelijk leider evacuatie van de Joodsche Raad, staat rechtsboven op zijn persoonskaart in het stadsarchief Amsterdam.
Duidelijk is dat deze Sperre niet hield. Ludwig Menko kwam op 14 augustus 1943 in Westerbork en werd 10 dagen later gedeporteerd.
Uit Ludwigs persoonskaart blijkt dat hij door ziekte werd gedwongen Zutphen te verlaten en naar een verpleeginrichting in Amsterdam te gaan.
Op 13 augustus 1943 is het NIZ door de Duitsers ‘ontruimd’ en zijn patiënten en personeel deels weggevoerd, deels verhuisd.
Als je naar deze datum (13/8) kijkt en naar de datum op het Westerbork-kaartje (14/8) dringt de conclusie zich op dat Ludwig verpleegd werd in het NIZ. Daar is opgepakt. En naar Westerbork werd gestuurd.
Ludwig Menko stierf in Auschwitz op 27-08-1943 volgens de overlijdensakte van de Gemeente Zutphen. Vanaf 14-08-1943 was hij in Kamp Westerbork en tien dagen later werd hij op transport gezet naar concentratiekamp Auschwitz.
Ook Heinrich Menko overleefde de oorlog niet. Hij woonde volgens zijn persoonskaart in het Stadsarchief Amsterdam van 3 april 1939 tot 20 februari 1940 aan de Berkelkade 12. Toen is hij naar Amsterdam verhuisd, Zuider Amstellaan 8 III. Vanaf dat adres werd hij op 19 januari 1943 weggevoerd naar Kamp Westerbork. Op 29 januari 1943 is hij gedeporteerd naar Auschwitz en daar omgebracht op 1 februari 1943.
Gerda Themans-Menko overleefde wel.
Het Amsterdams Stadsarchief heeft een kaart van Gerda Menko.
Op enig moment, vóór of ná het afvoeren van Ludwig naar Westerbork, zijn Sally Themans en Gerda Menko uit Amsterdam vertrokken. Gerda kon als verpleegster onderduiken/werken in het stadsziekenhuis van Hoorn, waar meerdere Joodse verpleegsters werkten en ondergedoken zaten op de afdeling ‘besmettelijke ziekten’, waar de bezetter liever niet kwam. Sally zat elders in Hoorn ondergedoken. Toen bleek Gerda zwanger te zijn. Haar baby, Lodewijk Nehemia, roepnaam Loekie, is op 22 november 1943 geboren. Niet lang daarna werd Loekie in het diepste geheim, verstopt in een postkarretje, bij het onderwijzersgezin van Abraham en Bets van den Berge in Hoorn afgeleverd. De baby werd opgevoed en verzorgd door een kinderloos Joods echtpaar dat zat ondergedoken bij de familie Van den Berge.
Dat echtpaar was onzorgvuldig. Een verstuurde brief met het adres van Van den Berge leidde tot een razzia in Hoorn. Abraham van den Berge stierf in Buchenwald. Alle anderen overleefden.
Baby Loekie staat op de foto bij een artikel over Loekie Themans in Het Parool van 21-01-1995. (zie vak hieronder)
In 1974 is Gerda Themans-Menko geëmigreerd naar Israël, waar ze zes jaar later is overleden.
Wim Knaake, Menno Tamminga, oktober 2025
Bronnen
Het Gelders Archief; het Erfgoedcentrum Zutphen; het Ecal Doetinchem; de site Family Seach; het Arolsen Archief; de digitale collecties Kamp Westerbork; site Oorlogsbronnen; de site Joods Monument; het Utrechts Archief; de Stichts-Hollandse Historische Vereniging te Woerden; artikel van professor W.C. Ultee, ‘We mogen nergens heen, we moeten naar Vught’, in 1999 gepubliceerd in het verenigingsblad Heemtijdinghen 35e jaargang nummer 3 oktober 1999; het Stadsarchief Amsterdam; het Nationaal Archief; de site Online Begraafplaatsen; het archief van Menno Tamminga; de site Geni.Com; de site Jewage.org/Wiki/en/Profile P0668672557; de stamboom De Joods/Amsterdamse familie Vedder/Fedder VII-1 door Anton Vedders; de Holocaust Survivors and Victims Database en het United States Holocaust Memorial Museum.
Foto's
Verkaufsbuch
Sallie Levison werd door de nazi's gedwongen te verkopen Berkelkade 12.
