Marcus Eliazer Turksma

Marcus Turksma

Deventer, - Mauthausen,
Marcus werd 42 jaar
Woonde Sidneystraat 80
Ook verbonden aan: Barlheze 44

Er is een Stolperstein voor Marcus gelegd.

Op wens van zijn beide dochters ligt de steen nabij Barlheze 44.


 

Familie


 


 

Verhaal


 

Marcus Turksma werd geboren als oudste van zeven kinderen – vijf jongens en twee meisjes – in een traditioneel Joods gezin. Zijn ouders, slager Eliazer Turksma en Betje Vomberg, runden een slagerij en slachterij in de Polsbroek in Deventer. Hoewel het gezin niet orthodox was, leefden zij volgens Joodse tradities.

Na de ULO ging Marcus bij zijn vader in de zaak werken. Als oudste zoon werd van hem verwacht dat hij de familietraditie voortzette. Zijn familie had moeite met zijn keuze voor Maria Johanna Hermina ("Mietje") Brugman, die niet Joods was en niet uit hun milieu kwam. Desondanks trouwde Marcus in december 1926 met Mietje, en zij vestigden zich in de Melatensteeg in Zutphen, waar Marcus een eigen slagerij begon. In september 1927 werd hun zoon Eliazer Joseph ("Ies") geboren, en in mei 1933 volgde dochter Betje.

Mietje had een eenvoudige opvoeding genoten en kon nauwelijks lezen en schrijven. Ze had op de 'armenschool' les gekregen van nonnen in breien en borduren, iets wat ze haar hele leven bleef doen. Bij haar dochter hing nog een geborduurd schilderij, en voor haar kinderen breide ze rokken en broeken. Om te oefenen schreef ze stukken uit de krant over. Als kind had ze samen met haar zus Betje paardenvijgen tegen de witte schorten van de meiden van de bovenschool gegooid. ’s Avonds hielp ze haar moeder met het maken van knoopsgaten in schorten voor ‘Kronenburg’ (nu HEMA), zodat er de volgende dag brood op de plank was.

Voordat ze achttien was, moest Mietje trouwen met Marcus, die eigenlijk voorbestemd was om met een Joodse nicht te huwen. Zij was de eerste Goy (niet-Jood) in de familie. Mietje hielp in de slagerij met schoonmaken, wassen en strijken en werd later een uitstekende strijkster van beroep. Op sabbat stak ze de lampen aan bij haar schoonfamilie.

Naast zijn werk was Marcus een actieve sportman. Hij roeide en kanode, was voorzitter van de Zutphense Wielervereniging en stond als scheidsrechter en grensrechter langs de velden, onder andere bij Go Ahead.

Na een huwelijk van ruim twaalf jaar gingen Marcus en Mietje in mei 1939 uit elkaar. Mietje was op dat moment in verwachting van hun derde kind, Maria Johanna H. ("Riet"), die in november werd geboren. De gezamenlijke huishouding werd opgebroken: Betje bleef bij haar moeder, terwijl Marcus met zijn zoon Ies in de kost ging bij een collega-slager (Willem Johannes Pannnekoek) in de Sidneystraat 80. Vader en zoon hadden het goed samen, maar hun tijd samen was kort.

Deportatie en oorlogsjaren

Op 4 oktober 1941 werd Marcus door de Nederlandse politie opgepakt, als een van de eersten in Zutphen. Er was geen directe reden voor zijn arrestatie, maar historicus Loe de Jong suggereert dat het mogelijk te maken had met brandstichtingen bij NSB-boerderijen. In september 1941 vonden al razzia’s plaats buiten Amsterdam, waaronder in Arnhem en Twente, waar honderden Joodse mannen werden opgepakt.

Marcus werd samen met zes andere Joodse inwoners van Zutphen op een aanhangwagen naar de Zaadmarkt gebracht en vervolgens gedeporteerd naar concentratiekamp Mauthausen. Niemand wist aanvankelijk wat er met hen zou gebeuren. B. de Metz, Israëlitisch leraar bij de Joodse Gemeente te Zutphen, ontving achtereenvolgens drie brieven in 1941, gedateerd 30 oktober, 5 november en 15 november. In deze brieven deelde de Joodse Raad namens de Sicherheitzpolizei mede dat bovengenoemde personen tussen 14 oktober en 1 november 1941 ten gevolge van ‘hersenbeschadiging’ waren overleden in Mauthausen. Later zou blijken dat van de bijna 1000 Joden die in 1941 naar Mauthausen waren gedeporteerd, er in januari 1942 niet één meer in leven was. De Joodse Gemeente te Zutphen had haar eerste offers gebracht. Het zouden niet de laatste zijn.

Marcus was toen 42 jaar oud. Zijn moeder maakte de oorlog niet meer mee, maar zijn vader en jongste broer Leon werden in 1943 vermoord in Sobibor. Zijn broers Joop, Arie en Jonas en zijn zussen Lues en Roos overleefden de oorlog. De kinderen van Marcus ontsnapten aan deportatie dankzij hun gemengde afkomst.

Nagedachtenis

Op verzoek van zijn dochters werd een Stolperstein voor Marcus geplaatst bij Barlheze 44, de plek van zijn geliefde slagerij. Zijn laatste adres was de Sidneystraat 80.

Op een foto van slagerij De Turk aan de Polsbroek 23 staat Marcus helemaal rechts naast zijn vader. Dochter Riet herinnerde zich hoe haar broer Ies als vierjarige met een kaartje om zijn nek met de bus naar Deventer ging om vlees en worst naar hun grootvader te brengen. In het boek Herdenking van Mauthausen staat volgens haar de beste foto van Marcus: terwijl hij klanten bedient met een mand vol vlees.

De herinnering aan Marcus leeft voort in de verhalen van zijn familie en in de geschiedenis van Zutphen.

 


 

Foto's