Hermann Grünberg

Woonde: Tuinstraat 2
  • Jemgum,
    -Ondergedoken,Vermoord in kamp-
    Sobibor,
    Hermann werd 66 jaar


 

Familie


 


 

Verhaal


 

Het verhaal van Hermann en Martha Grünberg-Schönthal en hun zoon Albert

Op de foto (zie foto in vak hieronder):

Albert Grünberg met zijn ouders Martha en Hermann, foto verkregen via Alberts zoon Herman

 

Getreiter in Duitsland

Hermann Grünberg en zijn vrouw Martha (geboren Schönthal) zijn eind 1938 of begin 1939, de data zijn niet consistent, met Martha’s vader Jacob Schönthal uitgeweken naar Nederland, naar Zutphen. Enkele maanden later voegt hun zoon Abraham, die Albert of ook wel Albi werd genoemd, zich bij hen.

Hermann Grünberg is een van de twaalf kinderen van Abraham Hartog Grünberg (1846-1919) en Frauke Cohen (1850-1937). Twee van hun kinderen sterven jong. Hermann is de op twee na oudste.

Hermanns vader Abraham begint in 1896 met zijn twee oudste zoons, Aron en Hermann, een schroot- en huidenhandel genaamd Abraham Grünberg & Söhne aan de Neue Strase 47 in Weener. 

In de Eerste Wereldoorlog is Hermann soldaat in het Duitse leger.

Na de dood van zijn vader in 1919 zet broer Aron de zaak voort. Hermann wordt veehandelaar. Hij trouwt in 1921 met Martha Schönthal. 

Martha Schönthal, geboren in Norden, is de dochter van Jacob Schönthal (1854-1940) en Engeline Weinberg (1862-1927). Zij krijgen drie dochters en een zoon. Catharina, Hannchen, Julius en Martha. Jacob is een lokaal prominente handelaar in vee, tevens een bemiddelaar op de veemarkt (Viehkommissionair) in Norden. 

In Weener, een stadje net over de grens bij Nieuwerschans, wordt Martha’s en Hermanns zoon Albert geboren. In 1933 verhuist het gezin Grünberg-Schönthal naar Leer, een wat grotere stad noordoostelijk van Weener.

Na de machtsovername door de nazi’s nemen de dreigingen toe. Hermann wordt gedwongen hun huis te verkopen. Zoon Albert wordt op het Ubbo Emmius Gymnasium in Leer voortdurend getreiterd, vertelt hij bijna vijftig jaar later op diezelfde school in een klassengesprek met leerlingen. Hij moet apart zitten, een leraar dwingt hem het Horst Wessel lied in het Latijn te leren en elke dag als de les begint wordt hij naar voren geroepen en moet hij luidkeels de vraag beantwoorden: wie zijn de vijanden van Duitsland? “Joden en Engelsen.”

Albert vertelt de schoolklas in Leer erover als hij in juni 1985 met zijn vrouw en familieleden een rondreis maakt door Ostfriesland, de streek waar hij is opgegroeid.

 

Van Duitsland naar Zutphen

Het gezin Grünberg-Schönthal had familiebanden met Zutphen, dat zal de reden zijn geweest voor hun vestiging in 1938/’39 in Zutphen. 

Martha’s zus Hannchen is getrouwd met Gerson Vromen. Gerson heeft een lompenhandel in Zutphen. Hij woont met Hannchen en hun twee zoons Abraham (‘Bram’) en Hans aan de Laarstraat 21. Martha’s moeder, Engeline Schönthal-Weinberg, is in 1927 overleden in Zutphen. 

Martha en Hermann hebben hun zoon Albert aanvankelijk in Duitsland achtergelaten. Hij verblijft in een opleidingskamp voor landarbeiders voor Palestina. Maar na een paar maanden voegt hij zich bij zijn ouders in Zutphen.

De familiekroniek zegt dat Hermann, Martha en Jacob begin november 1938, vóór de Kristallnacht, naar Nederland zijn uitgeweken. Hermann en Martha zijn volgens de lijst Israëlieten uit 1941 van de gemeente Zutphen op 2 februari 1939 ingeschreven in Zutphen, komende vanuit Leer. Albert is 16 maart 1939 ingeschreven, komende vanuit Emden.

Martha, Hermann en vader Jacob Schönthal vinden onderdak aan de Tuinstraat 2, een kort straatje dat parallel loopt aan de Stationsweg. De Tuinstraat is na het bombardement van 14 oktober 1944 niet herbouwd.

De eigenaar van Tuinstraat 2 is volgens gegevens van het Bureau Wederopbouw H. Levison. Onduidelijk is of dat Henri of Henriette Levison is geweest. 

Zoon Albert kan intrekken bij de familie Hartog Mansfeldt aan de Jacob Damsingel 8. Hartog is getrouwd met Sientje Vromen. Ze hebben een dochter, Julie Eva, geboren in 1926, en een zoon, Henri, geboren in 1924. Henri scheelt twee jaar met Albi. Sientjes vader is papierhandelaar Meijer Vromen, een broer van Gerson.

In 1940 en 1941 staat de naam van Albert Grünberg op de ledenlijst van de Joodse, zionistisch getinte Zutphense jeugdvereniging Libie Bamizrach. Meerdere gevluchte Duitse Joodse jongvolwassenen zijn lid van Libie Bamizrach.

Voor Jacob Schönthal wordt Zutphen zijn laatste rustplaats. Op 28 januari 1940 verzamelen de families Vromen en Grünberg zich in de Tuinstraat 2. Jacob is op 85-jarige leeftijd overleden. Vanaf de Tuinstraat gaat de rouwstoet naar de Joodse begraafplaats op de Hooge West buiten de stad.

Bezetting

In juni 1940 liet de bezetter verschillende Duitse vluchtelingen oppakken. Onder hen waren op 25 juni Hermann Grünberg en zijn zoon Albert. 

Op 13 juni 1941 bericht de Zutphensche Courant in de rubriek komende en vertrekkende inwoners dat A.I. Grünberg van de Jacob Damsingel 8 is verhuisd naar Brummen. Dat is Albert. 

Hermann staat in Adresboek Zutphen 1942 vermeld met als beroep koopman en adres Tuinstraat 2.

De kroniek van de familie Schönthal op de website www.archivheinze.de suggereert dat Hermann en Martha tijdens de bezetting zijn ondergedoken en opgepakt (in einem Versteck entdeckt). Of dat ook zo is, is twijfelachtig. Hun namen komen bijvoorbeeld niet voor op de Zutphense politielijst uit april 1943 met 108 namen van Joodse onderduikers.

Hermann en Martha zijn op 7 april 1943 ingeschreven in Kamp Vught, blijkt uit het Arolsen archief. Uiterlijk op 10 april 1943 moesten alle Joden die nog in Gelderland woonden zich daar melden. Als zij in de onderduik zouden zijn opgepakt, waren ze via een politiebureau of een huis van bewaring linea recta naar Kamp Westerbork afgevoerd en niet naar Vught.

Zij zijn op 8 mei 1943 van Vught naar Westerbork overgebracht en vandaar tien dagen later gedeporteerd naar Sobibor. Ze zijn daar bij aankomst omgebracht.

Albert bij het Philips Kommando en het Kanada Kommando

Ook Albert heeft zich net als zijn ouders op 7 april 1943 in Vught gemeld. Als beroep staat op de administratiekaart van het kamp: pelzen- en huidenbewerker. Woonplaats Brummen, plaats van geboorte Wenen (sic).

Uit het administratiekaartje valt op te maken dat Albert vanuit Vught vanaf 29 mei 1943 (zijn verjaardag!) een of meer maanden in Moerdijk heeft moeten werken. Gevangenen werden daar gebruikt als dwangarbeiders bij de dijkverzwaring. 

Op 4 januari 1944 staat op zijn kaart: werkzaam Philips medische analyse.

In Kamp Vught had Philips op verzoek van de Duitsers een aparte werkplaats ingericht, het zogeheten Philips Kommando. Joodse gevangenen maakten daar spullen voor de Duitse oorlogsindustrie. Het Philips Kommando werd geleid door Philips-managers en ontwikkelde zich in de loop van de bezetting van verplichte dienstbaarheid tegenover de bezetter tot een werkverschaffingsproject om zoveel mogelijk Joden zo lang mogelijk in Nederland te houden.

In mei 1944 vermeldt zijn kaart van Kamp Vught: ziek geweest, naar W-bork. Westerbork had een ziekenhuis.

Wat opvalt op de administratiekaart van Kamp Westerbork: in rood staat T 3-6-44 v. Vught. Op 3 juni 1944 zijn alle nog aanwezige Joden in het Philips Kommando rechtstreeks van Kamp Vught naar Auschwitz gedeporteerd. In deze trein zaten ongeveer vierhonderd vrouwen en honderd mannen.

Als Albert in Auschwitz uit de wagon klimt, hoort hij iemand roepen: Wirf die Brille weg! Gooi je bril weg, vertelt hij op zijn oude school in Leer. Wie hier wil overleven, moet geen zwakte tonen en niet opvallen. 

In Auschwitz wordt zijn nummer op zijn linker onderarm getatoeëerd. Zijn persoonskaart van Auschwitz geeft als beroep Schlosser, wat zoveel wil zeggen als: vakman in metaalbewerking. 

De meeste Joden in de deportatietrein uit Vught zijn bij aankomst niet omgebracht. Ze worden na enkele dagen als Gelernte Facharbeiter van Philips doorgestuurd naar werkkampen. De meeste vrouwen gaan naar een werkplaats van Philips-concurrent Telefunken.

Albert wordt in Auschwitz uit de rij geplukt door een opzichter die hem herkent uit een schoolklas. Deze Kapo bezorgt hem een plaats in het zogeheten Kanada Kommando. De Joden die daar werkten moesten de bagage van de nieuw aangekomen gevangenen doorzoeken op juwelen, geld en andere waardevolle bezittingen. Menigmaal zat er ook voedsel in de bagage. Dit was een werkplek waar ook “eten te organiseren” was, zo blijkt uit het verslag van Alberts klassengesprek op zijn oude school in Leer. 

Als het Rode Leger nadert, worden gevangenen gedwongen naar een ander kamp te lopen. Op 26 januari 1945 is hij in Buchenwald ingeschreven.

Op 11 april 1945 ontdekt een verkenningseenheid van het Amerikaanse 9th Armored Infantry Battalion het kamp. Buchenwald is het eerste kamp dat de Amerikanen bevrijden. Albert wordt meer dood dan levend wakker in een Amerikaanse ziekenboeg, vertelt hij de schoolklas. Hij weet dan al niet meer hoe hij daar terecht is gekomen. Hij heeft de helft van zijn lichaamsgewicht verloren. Zijn eerste gedachte? Een sigaret!

Na de kampen

Albert verlooft zich op 9 juni 1946 met Liesel. Liesel is Antonie Luise (‘Liesel’) van den Brande, geboren op 10 maart 1928 in Frankfurt am Main. Op 23 januari 1947 trouwen ze in Amsterdam. Als Alberts beroep staat vermeld vertegenwoordiger.

Liesel raakt zwanger, een tweeling. Het meisje wordt levenloos geboren, de jongen krijgt de naam Herman, vernoemd naar zijn grootvader. Vier jaar later is Max geboren. Ze vestigen zich in Dieren. 

In het klassengesprek in Leer vertelt Liesel dat zij en Albert lang geaarzeld hebben om de reis te ondernemen en de confrontatie met de geschiedenis aan te gaan. Haar man wordt nog steeds gekweld door de herinneringen aan de kampen.

Albert overlijdt op 12 september 1988 “na een moeizaam, maar toch rijk leven”, staat in de overlijdensadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Hij is 66 jaar geworden. Hij wordt begraven op de Joodse begraafplaats in Zutphen.

Liesel sterft in 1999 in Amstelveen, 71 jaar oud.

Bronnen

Adressenboek Zutphen 1942

Zutphensche Courant via www.delpher.nl

Cartotheek Joodse Raad Kamp Westerbork, Kamp Vught, Kamp Auschwitz en Kamp Buchenwald via www.arolsen-archives.org

Kroniek familie Schönthal www.archiv-heinze.de

Geschiedenis familie Grünberg/Weinberg www.alemannia-judaica.de

Verslag bezoek Albi en Liesel en familie aan Leer. Leer Jewish Community Collection, via www.archive.org

Philips-meisje van kamp Vught, Sanne van Heijst (2016)

Regionaal Archief Zutphen, Inventaris van het archief van de gemeente Zutphen (1920-1980), nummer toegang 0003, inventarisnummer 2311

NL-ZuRAZ, Bureau Wederopbouw Zutphen, 0103, inv.nr. 377-378

Menno Tamminga, maart 2026


 

Foto's