Sara Vromen-Polak

  • Middelburg,
    -Deportatie overleefd, Oorlog overleefd-
    ,
    Sara werd 92 jaar


 

Familie


 

Gehuwd met: Abraham Vromen


 

Verhaal


 

Sara Vromen-Polak werd op 12 maart 1922 geboren. Zij groeide op in Middelburg, in de daar vóór de oorlog bloeiende Joodse gemeenschap. In haar latere interview voor De Laatste Getuigen herinnert zij zich haar jeugd als een gelukkige periode. Ze vertelt over een gemeenschap van ongeveer tweehonderd Joodse inwoners, met onder meer twee artsen en een koosjere slager.

Toen de Duitse bezetting begon, veranderde haar leven ingrijpend. De Joodse bevolking van Zeeland werd gedwongen de provincie te verlaten. Sara's ouders vertrokken naar Amsterdam, terwijl Sara zelf naar haar verloofde in Zutphen kon gaan. Daar woonde zij enige tijd bij hem.

Sara vertelt in haar interview dat haar echtgenoot aanvankelijk over een tijdelijke Sperre beschikte, waardoor hij telkens enige tijd uitstel van deportatie kreeg. Uiteindelijk bood deze bescherming geen uitweg meer. Sara, haar man en haar schoonouders werden opgepakt en kwamen in het concentratiekampsysteem terecht.

Het Philips-Kommando

Sara werd naar Kamp Vught gebracht. Daar werkte zij als dwangarbeidster in het Philips-Kommando, in de speciale Philips-werkplaats. Voor Joodse gevangenen betekende het werk voor Philips aanvankelijk een zekere bescherming tegen deportatie. Die bescherming bleek echter tijdelijk.

Op 3 juni 1944 werd Sara met het grote Philips-transport vanuit Vught naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. De aankomst daar betekende niet het einde van haar arbeid, maar juist het begin van een nieuwe fase in haar gevangenschap.

Sara vertelt zelf dat zij in Auschwitz maar ongeveer vier dagen verbleef. De Philips-vrouwen werden geselecteerd om als arbeidskrachten voor de Duitse oorlogsindustrie te worden ingezet. Vanuit Auschwitz werd Sara naar Gross-Rosen gebracht en vervolgens naar het buitencommando Reichenbach.

Reichenbach en Telefunken

Reichenbach werd Sara's belangrijkste verblijfplaats in Duitsland. Het was een buitencommando van het concentratiekamp Gross-Rosen waar de Philips-vrouwen werden ingezet voor de Duitse oorlogsindustrie.

Daar kwamen zij terecht in het zogenoemde Telefunken-Kommando. Sara werkte er aan de productie van elektronische onderdelen, waaronder radiobuizen en radarcomponenten.

Haar eigen herinneringen maken duidelijk dat het werk slechts één aspect van haar gevangenschap vormde. Honger, uitputting, angst en voortdurende onzekerheid bepaalden het dagelijks leven.

Sara vertelt bijvoorbeeld dat zij samen met een vriendin op zoek ging naar voedsel in wat door de Duitsers was weggegooid. Zelfs botten uit vuilnisbakken werden verzameld en opengekraakt om nog iets eetbaars te vinden. Het was geen kwestie van keuze, maar van overleven.

Elf kampen

Sara's gevangenschap bleef niet beperkt tot Vught, Auschwitz en Reichenbach. Zij vertelt zelf dat zij uiteindelijk elf concentratiekampen en buitencommando's heeft meegemaakt.

De reconstructie van haar route luidt:

Kamp Vught → Auschwitz-Birkenau → Gross-Rosen → Reichenbach → Ravensbrück → Neuengamme → Horneburg → Limmer → Hamburg-Eidelstedt → Hamburg-Sasel → Bergen-Belsen.

Daarmee werd Sara gedurende bijna twee jaar steeds opnieuw verplaatst binnen het Duitse concentratiekamp- en dwangarbeidssysteem.

De laatste oorlogsmaanden

Begin 1945 kwam het Rode Leger steeds dichter bij Reichenbach. De Duitsers begonnen de kampen in het oosten te evacueren. Voor Sara betekende dit het begin van een nieuwe, uiterst zware fase.

De gevangenen werden te voet en per trein naar het westen en noorden van Duitsland verplaatst. Sara vertelt in haar interview over dodenmarsen, lange afstanden die de gevangenen met hun bagage moesten afleggen. Wie niet meer kon lopen, liep het risico te worden doodgeschoten.

Ze vertelt ook over transporten in open goederenwagons bij temperaturen van meer dan twintig graden onder nul. De vrouwen konden door de kou nauwelijks bewegen.

Bij een ander transport zaten zij in een wagon met ongeveer negentig vrouwelijke Duitse oorlogsmisdadigers. Later werden daar ongeveer tien Joodse vrouwen bijgevoegd. De gevangenen werden voortdurend geteld en bewaakt.

Sara beschrijft hoe sommige vrouwen door de ontberingen in zeer korte tijd volledig veranderden. Zij zag vrouwen die volgens haar in één nacht grijs werden. Ze noemt daarbij onder anderen Miep, de vrouw van de Nederlandse zanger Bob Scholte.

Haar man

Tijdens een deel van haar gevangenschap was Sara's echtgenoot bij haar. Zij vertelt echter dat ze hem na verloop van tijd nauwelijks meer zag.

Hij raakte volgens Sara snel wanhopig. Zijzelf hield daarentegen vast aan het verlangen om te overleven. Een belangrijk motief daarvoor was haar wens om na de oorlog kinderen te krijgen.

Daarover vertelt ze een aangrijpende terugkerende droom. Ze zag een weiland met bloemetjes. Voor haar stond dat weiland voor vrijheid. In haar droom zat zij aan een tafel met haar eerste man en twee kinderen.

Die toekomst kwam niet uit. Haar eerste man keerde niet terug.

Overleven

Sara zegt dat zij lichamelijk als een wrak uit de oorlog kwam. Ook geestelijk was zij zwaar beschadigd. Ze beschrijft hoe de gevangenen in de kampen een soort kampmentaliteit ontwikkelden: iedereen moest in de eerste plaats voor zichzelf zorgen.

Honger was daarbij een constante dreiging. Het eten was volgens haar zeer slecht en vaak onvoldoende. Het zoeken naar voedselresten werd een onderdeel van de overlevingsstrategie.

Juist daarom is haar herinnering aan de vrijheid zo veelzeggend. Tegenover de werkelijkheid van honger, kou, transporten en geweld staat in haar droom telkens dat eenvoudige beeld van het weiland met bloemen en een tafel.

De laatste fase en bevrijding

De laatste halte van Sara's kampentocht was Bergen-Belsen. Daar kwamen in de laatste maanden van de oorlog grote aantallen uitgeputte en zieke gevangenen samen. De omstandigheden waren catastrofaal.

Sara overleefde ook deze laatste fase van het Duitse concentratiekampsysteem. In het voorjaar van 1945 werd zij bevrijd.

Daarmee had zij een uitzonderlijk zwaar traject doorstaan:

Vught – Auschwitz – Gross-Rosen – Reichenbach – Ravensbrück – Neuengamme – Horneburg – Limmer – Hamburg-Eidelstedt – Hamburg-Sasel – Bergen-Belsen.

Haar eigen herinnering dat zij elf kampen en buitencommando's overleefde, geeft een indringende indruk van de enorme afstand die zij tijdens de oorlog letterlijk en figuurlijk aflegde.

Terugkeer naar Nederland

Na de bevrijding keerde Sara terug naar Nederland. De thuiskomst bleek echter veel minder vanzelfsprekend dan zij had gehoopt.

In Middelburg bleken haar ouders, broer en zus de oorlog op een onderduikadres te hebben overleefd. Een groot deel van haar familie was echter vermoord. Sara spreekt zelf over ongeveer negentig familieleden die waren omgekomen.

Van haar vroegere leven was weinig over. Zij vertelt dat zij bij terugkeer vrijwel niets meer bezat en dat zij zich bovendien nauwelijks welkom voelde.

Wat haar bijzonder trof, was het gebrek aan begrip voor mensen die uit de kampen terugkeerden. Ze herinnert zich dat niemand echt wist hoe daarop te reageren. De Nederlandse bevolking had zelf honger geleden en had de verwoestingen van de oorlog meegemaakt. Volgens Sara hadden de mensen daardoor vooral aandacht voor hun eigen problemen.

De terugkeer was daarmee geen eenvoudig moment van bevrijding, maar het begin van een nieuwe periode waarin zij met de gevolgen van haar kampervaringen moest leren leven.

Een leven na de oorlog

Sara overleefde uiteindelijk wat zij zelf beschreef als elf kampen en buitencommando's. Haar latere leven werd blijvend bepaald door wat zij had meegemaakt. In haar herinneringen keren de honger, de transporten, de angst en het verlies steeds terug.

Maar ook haar droom van het weiland met bloemen is veelzeggend. Het beeld van de vrijheid bleef haar bij. Het was het toekomstbeeld waaraan zij zich tijdens de gevangenschap had vastgehouden: een eenvoudig leven, een tafel, haar man en kinderen.

Sara Vromen-Polak overleed op 26 juni 2014.


Haar kamptraject in één oogopslag

Periode Kamp / locatie Functie in haar verhaal
1943–1944 Vught (Herzogenbusch) Philips-Kommando
juni 1944 Auschwitz-Birkenau aankomst Philips-transport; kort verblijf
1944 Gross-Rosen registratie/hoofdkamp
1944–begin 1945 Reichenbach Telefunken-Kommando
1945 Ravensbrück evacuatie
1945 Neuengamme verdere evacuatie
1945 Horneburg buitencommando
1945 Limmer buitencommando
1945 Hamburg-Eidelstedt buitencommando
1945 Hamburg-Sasel buitencommando
1945 Bergen-Belsen laatste kamp
voorjaar 1945 bevrijding einde gevangenschap

Bronnen voor deze sectie


 

Foto's