Vledderveen
Personen - Verhalen - Foto's - Verkaufsbuch
“Ik ben er nog, ik ben er nog!”
Martien Nijkamp was ongeveer twaalf jaar oud toen Esther Vomberg in 1942 bij zijn ouders kwam onderduiken. De familie Nijkamp kende de familie Vomberg nog uit Eefde, waar Esthers vader met de fiets manufacturen verkocht. Martiens vader was predikant en nam vanuit zijn geloofsovertuiging onderduikers in huis. Dat gold ook voor zijn moeder, die het laatste oorlogsjaar alleen voor het gezin zorgde. Esther en het gezin Goudsmit werden niet geprobeerd te bekeren.
In Vledderveen, waar de familie Nijkamp woonde, stond Esther bekend als een evacué uit het westen. In het gezin waren al vier kinderen aanwezig. Esther sliep samen met dochter Ineke in een tweepersoonsbed en gebruikte tijdens de onderduik de naam Elly Verburg.
Tijdens de oorlog verbleef Esther langere tijd bij de familie Nijkamp. Zij leefde mee in het gezin en moest zich voortdurend aanpassen aan de omstandigheden van de onderduik. Tegelijkertijd bleef het gevaar van ontdekking aanwezig.
Na de bevrijding bleek Esther de oorlog te hebben overleefd. Toen Joop Vomberg vanuit Westerbork op zoek ging naar zijn zus, vond hij haar terug in Stadskanaal. Later kwam zij naar Zutphen, waar het gezin weer herenigd werd.
De titel van het verhaal verwijst naar Esthers woorden na de oorlog:
“Ik ben er nog, ik ben er nog!”
Bron: Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940–1945 — Bart Mendelson & Peter Kooij, p. 29–31.

