Berkelsingel



Verhalen



Onderduik rond de Berkelsingel

Aan de Berkelsingel in Zutphen begint voor enkele Joodse inwoners de onderduik al voordat zij definitief hun huizen verlaten. Door de toenemende dreiging van razzia’s durven zij ’s avonds en ’s nachts niet langer thuis te blijven. Zo zoeken Alex Krukziener en zijn zoon Maurits tijdelijk een veiligere plek om de nacht door te brengen.

Aanvankelijk vinden zij onderdak bij buren, de familie De Zeeuw. Daar delen zij samen met een andere onderduiker, meneer Cohen, een slaapplaats. Met meerdere volwassenen in één bed is het behelpen, maar het biedt op dat moment bescherming tegen arrestatie.

Al snel wordt gezocht naar een minder opvallende en veiligere oplossing. Die wordt gevonden in een nabijgelegen schoolgebouw, waar het hoofd van de school – dezelfde heer De Zeeuw – toegang toe heeft. Via de aangrenzende kerk en met hulp van de koster kunnen de onderduikers het gebouw bereiken zonder over straat te hoeven gaan. Daarmee wordt het risico om gezien te worden aanzienlijk verkleind.

In het schoolgebouw vinden zij een plek waar zij de nacht kunnen doorbrengen, buiten het zicht van de buitenwereld. Het is geen comfortabele oplossing, maar in de omstandigheden van die tijd betekent het een belangrijke stap richting veiligheid.

De situatie rond de Berkelsingel laat zien hoe onderduik vaak geleidelijk ontstond. Eerst waren er tijdelijke oplossingen bij buren of bekenden, daarna volgden beter georganiseerde schuilplaatsen. Het onderstreept ook hoe belangrijk lokale netwerken waren: buren, schoolpersoneel en kerkelijke contacten werkten samen om mensen te beschermen.


Bron

Mendelson, Bart & Kooij, Peter, Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940-1945, Zutphen, 2014, p. 83–84.



Foto's