Spittaalstraat 6



Verhalen



Onderduik in de Spittaalstraat

Tijdens de oorlog speelde niet alleen het woonhuis van de familie Hendriks een rol in het helpen van onderduikers, maar ook het bedrijf van vader Hendriks aan de Spittaalstraat. In deze stoelenfabriek werd vanaf 1942 een extra schuilplaats gecreëerd.

De fabriek bood vooral in de weekenden onderdak aan mensen die moesten onderduiken. Het was een relatief veilige plek, omdat er buiten werktijden weinig beweging was en de aanwezigheid van extra personen minder snel opviel. Toch bleef het risico groot: ontdekking zou ernstige gevolgen hebben gehad voor zowel de onderduikers als de familie zelf.

Onder de mensen die hier tijdelijk verbleven, bevond zich ook een familielid: Gerard Hendriks. Hij was actief als koerier en speelde een rol bij de bevrijding van Zutphen, onder meer in samenwerking met Canadese militairen. Zijn aanwezigheid laat zien hoe nauw verzet, familiebanden en onderduik met elkaar verweven waren.

De inzet van de fabriek als schuilplaats laat zien dat hulp aan vervolgden niet beperkt bleef tot de privésfeer. Ook werkplekken en bedrijven werden ingezet om mensen te beschermen. In het geval van de familie Hendriks vormden het huis aan de Bornhovestraat en de fabriek aan de Spittaalstraat samen een netwerk van hulp en opvang, waarin voortdurend gezocht werd naar manieren om mensen veilig te houden.


Bron

Mendelson, Bart & Kooij, Peter, Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940-1945, Zutphen, 2014, p. 52.



Foto's