Bornhovestraat 33
Personen - Verhalen - Foto's - Verkaufsbuch
Komen en gaan in de Bornhovestraat (herschreven)
Th. Hendriks wordt in 1928 geboren in de Marspoortstraat in Zutphen. Al op jonge leeftijd raakt hij, via zijn moeder, betrokken bij het helpen van Joodse vluchtelingen. Zijn moeder, Elisabeth Müller, speelt hierin een centrale rol.
Elisabeth is in 1900 geboren in het Duitse Bad Lippspringe. Na haar opleiding tot lerares in Paderborn gaat ze werken als gouvernante bij een Joodse familie in Bocholt. Wanneer deze familie in 1923 naar de Verenigde Staten emigreert, adviseren zij haar om haar toekomst in Nederland te zoeken. Zo komt Elisabeth in Zutphen terecht, waar zij een vergelijkbare functie krijgt bij een andere familie.
In Zutphen ontmoet zij haar latere echtgenoot, J.W.A. Hendriks. Na hun huwelijk in 1925 wonen ze eerst aan de Marspoortstraat, later aan de Spittaalstraat, en vanaf 1934 aan de Bornhovestraat. Dit adres zal tijdens de oorlogsjaren een belangrijke rol gaan spelen.
Door de toenemende dreiging in nazi-Duitsland proberen steeds meer Joden het land te ontvluchten. Omdat Elisabeth nog contacten heeft in Bocholt, weten mensen haar in Zutphen te vinden. Vanaf ongeveer 1938 vangt zij Joodse vluchtelingen op die vaak onverwacht aankomen en geen legaal verblijf hebben in Nederland. In hun huis aan de Bornhovestraat wordt de kelder ingericht als tijdelijke schuilplaats.
In eerste instantie gaat het vooral om Duitse Joden, maar na verloop van tijd worden ook Nederlandse Joden opgevangen. Het huis wordt zo een plek waar mensen komen en weer vertrekken—een tussenstation in een onzekere en gevaarlijke tijd. Voor de jonge Th. Hendriks betekent dit dat hij opgroeit in een omgeving waarin hulp bieden aan anderen vanzelfsprekend is, ondanks de risico’s die dat met zich meebrengt.
Bron
Mendelson, Bart & Kooij, Peter, Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940-1945, Zutphen, 2014, p. 52-53.

