Karola Siesel
Familie - Verhaal - Foto's - Verkaufsbuch - Bronnen
- Altenstadt,
-Vermoord in kamp-
Auschwitz,
Karola werd 10 jaar
Familie
Verhaal
Turfstraat 35 A, familie Siesel en Szymon Goldstein
Goedemorgen, wij zijn Marjet Vos en Menno Tamminga van de werkgroep Barlheze van de Stichting Stolpersteine Zutphen.
We leggen vandaag Stolpersteine voor een gevlucht Joods gezin, de familie Siesel, althans voor vier van de vijf, want de vijfde, Frits Siesel, ontsnapte uit Westerbork. Daar vertellen we aan het slot over.
En we leggen een steen voor een Poolse vluchteling uit Duitsland Szymon Golstein, die ver in de zeventig was toen hij hier aankwam.
Familie Siesel
Eerst de familie Siesel. Vader Julius, moeder Sara Katzenstein, Frits, hun oudste zoon, Sanna, hun oudste dochter die Stella werd genoemd, en hun jongste dochter Karola.
We zijn in de gelukkige omstandigheid dat we vanochtend in het gezelschap zijn van mevrouw van Agtmaal-Luderus. Zij woonde als jong meisje hier om de hoek aan de Rozengracht 1 en zij heeft de familie Siesel in Zutphen zien aankomen. Ze kwamen met een boerenkar die ze zelf moesten voortduwen. Op die kar hadden ze ook een kooi met kippen.
Mevrouw van Agtmaal wijst omhoog. Ze woonden daarboven. Hier was een muziekwinkel van Jo van Haren. Hij woonde zelf boven zijn winkel. Daar was een lange trap. En de familie Siesel woonde daar weer boven. En op zolder speelde ik met Karola. En daar liepen de kippen. Ze kwamen uit Altenstadt, niet eens zo ver van Zutphen over de grens. Andere familieleden van Julius Siesel emigreerden verder weg, maar hij koos voor de nabijheid van Nederland.
Vader Julius was veehandelaar.
De familie Siesel had nu een dak boven hun hoofd in Zutphen en moest er het beste van te maken. Julius probeerde als veehandelaar de kost te verdienen. Maar als nieuwkomer die de taal niet goed beheerst was dat sappelen.
Hij vulde zijn inkomsten aan door kamers te verhuren. In de Zutphensche Courant adverteerde hij in 1937 enkele malen met onderstaande advertentie. Deze is van 16 juli 1937.
Goldstein
Een van zijn huurders was Szymon Goldstein, inmiddels al in de 70, die ook uit Duitsland was gevlucht.
Szymon is geboren in het dorp Wola Batorska. Hij had de Poolse en de Oostenrijkse nationaliteit. Hij trouwde met Sara Katz, een vrouw uit Rheine in Duitsland, en daar vestigde hij zich. Ze kregen vijf kinderen. Zijn vrouw Sara is in 1922 overleden.
Szymon had best een grote zaak in de lompenhandel, maar na de machtsovername door Hitler begon alles te schuiven. Omdat hij Pool was werd hij in 1938 gearresteerd en naar Polen uitgezet. Hij was vier maanden later gewoon weer terug in Rheine. Dat was geen goed idee. Hij is alsnog ‘vrijwillig’ geëmigreerd naar Nederland. Hij woonde eerst bij een dochter in Rotterdam. Al in het begin van de bezetting wilden de Duitsers in Zuid-Holland, zo dicht bij de kust, kennelijk geen buitenlanders. Goldstein belandde in september 1940 hier in Zutphen
Geen cent te makken
De familie Siesel en Szymon Goldstein hadden geen cent te makken. Ze werden financieel ondersteund door het landelijk comité Joodse vluchtelingen én door een plaatselijk comité in Zutphen. Flarden van de correspondentie tussen deze twee comités zijn bewaard gebleven. Zij geven ons wat inzicht in hun financiële situatie.
Zo is er kennelijk nog een onbetaalde ziekenhuisrekening in Duitsland die bij het Zutphense steuncomité terecht komt. Het comité maakt duidelijk dat op betaling niet gerekend hoeft te worden. “Naar aanleiding hiervan delen wij u mede, dat zij (familie Siesel) niet in staat is deze vordering te voldoen (ook niet in termijnen). De familie Siesel is volkomen middelloos en wordt door onze gemeente financieel gesteund.”
In de loop van 1940 vraagt Julius Siesel om verhoging van het steunbedrag. Hij en zijn gezin krijgen op dat moment 5 gulden per week. Vanuit Zutphen wordt advies gevraagd aan het landelijke comité. Het Zutphense comité schetst de situatie: “De heer Siesel is veehandelaar; volledige controle op zijn verdiensten is niet wel mogelijk. Hij is echter een fatsoenlijk man, die ons vertrouwen volledig verdient.” Kortom: bij de Joodse gemeenschap in Zutphen staat hij goed bekend.
De twee oudste kinderen, Frits en Stella, worden lid van de Joodse zionistisch getinte jeugdvereniging Libie Bemizrach. In de ledenlijsten van 1940 en van 1941 staan hun namen. De ledenlijsten zijn bewaard gebleven dankzij de toewijding van de toenmalige secretaris van Libie Bamizrach, Bettie Weijl.
De vereniging telde in 1940 20 leden, in 1941, het laatste jaar, 33 leden. Verschillende vluchtelingen uit Duitsland waren lid geworden. Onder hen ook jongens en meisjes die rondom Zutphen op boerderijen werkten. Dat was hun praktijkopleiding om later boer in Palestina te worden. Ze werden daarom Palestina-pioniers genoemd. De jeugdvereniging kwam bij elkaar in het Volkshuis, hier aan de Markt. Deze avonden boden gezelligheid, maar ook verheffing. Leden hielden voordrachten over Joodse onderwerpen, er werd gezongen en Joodse feestdagen werden gevierd.
Kortom, uit het weinige dat we weten is duidelijk dat de familie Siesel zijn best deed om hier in Zutphen en in Joods Zutphen opnieuw te wortelen. En dat Joods Zutphen hen daarbij tot steun was.
***
Stella Siesel
Dan slaat het noodlot voor de eerste keer toe. Stella Siesel loopt een bloedvergiftiging op. Voor medische hulp moet ze naar een ziekenhuis in een grotere plaats. Maar van de Duitse autoriteiten krijgt ze geen toestemming om te reizen. Ze sterft in het algemeen ziekenhuis in Zutphen aan de Coehoornsingel. Ze wordt begraven op de Joodse begraafplaats in Zutphen. Wij zijn daar geweest. Het is een indrukwekkend veld met grafzerken. U moet zeker eens gaan kijken als u in de gelegenheid bent.
***
Razzia Zutphen
Op 17 november 1942 hielden de Duitsers ’s avonds een grote razzia in Zutphen. 76 Joden werden opgepakt. Ze moesten de nacht doorbrengen in de wachtkamer derde klasse van het station. De volgende dag zijn ze ingeschreven in Kamp Westerbork.
Julius Siesel, Sara Selma Siesel-Katzenstein, Karola Siesel en Szymon Goldstein zijn op 24 november gedeporteerd naar Auschwitz en daar op 27 november vermoord.
Alleen Frits bleef achter in Kamp Westerbork.
***
Frits
In Kamp Westerbork werd Frits opgenomen in de kring van de Palestina-pioniers. Dat was een groep van enkele tientallen jongemannen en vrouwen, deels Duitse vluchtelingen, die samen in een van de barakken woonden. Enkele van hen hebben de Jodenvervolging overleefd. Een van hen, genaamd Paul Siegel, heeft zijn herinneringen ook opgeschreven en gepubliceerd.
Paul Siegel was een gevluchte Duitse Jood, hij zat ondergedoken, werd opgepakt en werd opgesloten in Kamp Westerbork. Siegel was een Palestina-pionier. Een daadkrachtige en inventieve jonge man. Hij kende verschillende leden van Libie Bamizrach in Zutphen. Ook Frits (hij schrijft zijn naam op zijn Duits als Fritz met een Z).
Op de volgende bladzijde staat een foto, gemaakt in Zutphen in de Lange Hofstraat voor het pand nummer 26, de slagerswinkel van Henri Koppel. Siegel nodigde hem uit aan tafel bij zijn kameraden van de Deventer Vereniging, dat was het hart van de organisatie van de Pioniers. Siegel schrijft over Frits Siesel: “Hij was heel ongelukkig en eenzaam omdat hij alleen achtergebleven was nadat zijn ouders en zus naar Polen waren gedeporteerd. Hij zocht het gezelschap van de Chaloetsiem (jiddische benaming van de Palestina-pioniers) op en wij vroegen hem bij ons en dat accepteerde hij vol vreugde.”
Frits ontsnapte op 25 februari 1944 met hulp van de verzetsgroep die later de Westerweel Groep is genoemd. Vernoemd naar Joop Westerweel, die de inspirator en organisator was en, overigens, totaal toevallig, in Zutphen is geboren. Paul Siegel was eerder al op dezelfde manier ontsnapt. Ze stapten in de deportatietrein, hun naam werd doorgestreept op de gevangenenlijst, maar voordat de trein vertrok stapten ze weer uit en verborgen zich. De machinist van een kleine transporttrein die dagelijks het kamp in kwam, bracht hen vervolgens naar buiten. Ze zaten onder zijn bank. De machinist was de enige aan boord van het treintje. Via de Westerweel Groep konden Frits en Paul onderduiken.
Frits bereikte via België en Frankrijk na een gevaarlijke tocht Spanje. Daar was Siegel ook. Beiden vertrokken naar Israël.
Later liet Frits zijn voornamen Siegfried Frits veranderen. Als nieuwe voornaam koos hij Peretz. Dat betekent in het Hebreeuws zoveel als breuk met het verleden of ook wel doorbraak.
Van links naar rechts: Frits Siesel, Jacob Steiger (een gevluchte Duitse jood), Jacob Koppel (zijn vader was de slager) en Paul Siegel.
Jacob en Frits waren lid van de jeugdvereniging Libie Bamizrach.
Marjet Vos en Menno Tamminga, 22 oktober 2025
Foto's
