Karola Siesel

  • Altenstadt,
    -Vermoord in kamp-
    Auschwitz,
    Karola werd 10 jaar


 

Familie


 


 

Verhaal


 

De Siesels zijn Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Ze kwamen in 1937 naar Zutphen. Uit de lijst Israëlieten van de gemeente Zutphen van 26 april 1941valt op te maken dat IsraelJulius Siesel (geboren 1891) als eerste in Zutphen terechtkwam. Hij kwam op 17 juni 1937 vanuit Delft naar Zutphen. Zijn beroep was koopman/veehandelaar.                       

De anderen, zijn vrouw Sara Selma Siesel-Katzenstein (geboren 1898), hun dochters Stella (die in het bevolkingsregister Sanna heet, geboren 1922) en Karola (Carola, geboren 1932) en zoon Frits (Siegfried, geboren 17 februari 1925) volgden op 9 juli 1937 vanuit Altenstadt.

De foto’s (zie vak hieronder) van Israel Julius Siesel, Sara Siesel-Katzenstein, Sanna (Stella) Siesel en Karola Siesel zijn afkomstig van Yad Vashem

Frits en Stella werden in Zutphen beiden lid van Libie Bamizrach, een joodse, zionistische jongerenvereniging. Frits overleefde de oorlog, Stella niet.

Stella is op 16 mei 1941 een kennelijk natuurlijke dood gestorven. Volgens opgave van de gemeente Altenstadt stierf ze aan een ‘Zahn-Blutvergiftung’. Daaraan kon ze niet in een ziekenhuis worden geholpen vanwege het reisverbod voor Joden. Zij is dus niet omgebracht in een concentratiekamp, maar haar dood is wel het gevolg van anti-Joodse maatregelen. 

Stella/Sanna is begraven op de Joodse begraafplaats in Zutphen.

Foto (zie vak hieronder) van het graf van Sanna Siesel in Zutphen is van Marjet Vos

Israel Julius Siesel en zijn gezin werden financieel ondersteund door het Comité Joodse
vluchtelingen in Amsterdam en door de lokale Joodse gemeenschap. Hier volgt een citaat uit een brief gedateerd 14 november 1939 van het steuncomité in Zutphen naar aanleiding van een kennelijk onbetaalde ziekenhuisrekening uit Duitsland. “Naar aanleiding hiervan delen wij u mede, dat zij niet in staat is deze vordering te voldoen (ook niet in termijnen). De
familie Siesel is volkomen middelloos en wordt door onze gemeente financieel gesteund.”

Zes weken na de Duitse inval in Nederland pakte de politie in Zutphen verschillende Joodse vluchtelingen op. Onder hen was ook Israel Julius Siesel. Hij is op 25 juni 1940 gearresteerd en de volgende dag weer vrijgelaten uit het Huis van Bewaring. Wat de reden van de arrestatie was is niet vermeld.

In de loop van 1940 heeft Israel Julius Siesel gevraagd om verhoging van het steunbedrag.
Vanuit Zutphen wordt op 30 augustus 1940 advies gevraagd aan het comité in Amsterdam. “De door ons comité gesteund wordende familie Siesel (met f 5,- per week) vraagt om steunverhoging. Waar u enige weken geleden opgave is gedaan van zijn inkomsten, zullen wij gaarne van u vernemen of u dit verzoek, eventueel tot welk bedrag, wilt toestaan. De heer Siesel is veehandelaar; volledige controle op zijn verdiensten is niet wel mogelijk. Hij is echter een fatsoenlijk man, die ons vertrouwen volledig verdient.”

Daarop volgt een (niet gearchiveerde) reactie. Vanuit Zutphen schrijft men op 6 september terug: “Ook voor ons is het moeilijk een steunnorm voor deze menschen vast te stellen, omdat wij niet kunnen nagaan hoeveel de heer Siesel met veehandel verdient. Aan onderhuur verdient de heer Siesel niets, wel f 80,- aan kostgeld (voor twee kostgangers). Overigens beschikt u over dezelfde gegevens als wij. Wat denkt u van een steunverhoging ad 2,50 per week, met de verplichting maandelijks schriftelijk opgave van zijn verdiensten te doen?”

Bron arrestatie: RAZ 003 Archief gemeente Zutphen  inv nr 2290

Bron correspondentie: RAZ 0284 Ned Isr Kerkgenootschap inv nr 9

De advertentie ‘Gemeubileerde kamers aangeboden’ is uit de Zutphensche Courant van 30 juli 1937

Kamp Westerbork

Israel Julius Siesel staat ingeschreven in kamp Westerbork. We vonden geen datum, maar vermoeden op 18 november 1942. Van daaruit werd hij op 24 november 1942 gedeporteerd.

Over zijn vrouw Sara noteert een ambtenaar op 10 maart 1943 dat zij vanuit Turfstraat v.o.w. is, dat wil zeggen: vertrokken onbekend waarheen. Dat was jargon voor onderduik of vertrokken zonder toestemming. Dat kan niet kloppen. Want Sara staat op 18 november 1942 als Sara Kratzenstein-Siesel ingeschreven in Westerbork. Van daaruit is zij op 24 november 1942 gedeporteerd.

Karola (Carola) Siesel is eveneens op de 24ste gedeporteerd en drie dagen later omgebracht.

Frits (Siegfried) Siesel staat ingeschreven in Westerbork op 18 november 1942. Hij is veel later dan de rest van het gezin gedeporteerd, namelijk op 25 februari 1944. Met hulp van de Westerweel Groep wist hij die dag uit de deportatietrein te ontsnappen.

De datum van inschrijving in Westerbork wijst erop dat de familie Siesel slachtoffer is geweest van de razzia op 17 november 1942, toen 76 Joden uit huis werden gehaald. Ze moesten de nacht op het station van Zutphen doorbrengen en zijn de volgende ochtend op de trein naar Westerbork gezet.

Hoe Frits Siesel overleefde

Waarom is rest van het gezin op 24 november 1942 gedeporteerd, maar Frits op die dag niet?

Als baraknummer staat 66 genoteerd, dat was de strafbarak. Waarom? Het had geen consequenties.

We vermoeden dat Frits’ verbinding met de Palestinapioniers, die na hun aankomst in
Westerbork een tijdlang een aparte, homogene en moreel sterke groep in het kamp vormden, hem heeft behoed voor eerdere deportatie. Zij wilden bij elkaar blijven.

Op het administratiekaartje van Frits in het Arolsen archief staat ook vermeld: Ver. voor vakopleiding Palestinapioniers. Verder staat er: Indruk: geschikt voor landbouw-werkzaamheden.

We weten iets meer over Frits uit het boek dat een andere overlevende, Paul Siegel, heeft geschreven over zijn ervaringen in de bezettingstijd, de onderduik, Kamp Westerbork en zijn ontsnapping. Paul Siegel was net als Frits een gevluchte Duitse Jood. Hij was een Palestinapionier en kende verschillende leden van Libie Bamizrach in Zutphen. Ook Frits (hij schrijft zijn naam als Fritz).

In zijn boek Engines pull wagons schrijft Siegel over zijn ontmoeting met Siesel in Westerbork. Paul Siegel nodigde hem uit aan tafel bij zijn kameraden van de Deventer
Vereniging. Paul schrijft: “Hij was heel ongelukkig en eenzaam omdat hij alleen achtergebleven was nadat zijn ouders en zus naar Polen waren gedeporteerd. Hij zocht het gezelschap van de Chaloetsiem (jiddische benaming van de Palestinapioniers, MV/MT) op en wij vroegen hem bij ons en dat accepteerde hij vol vreugde.”

Frits ontsnapte in 1944 uit de deportatietrein en kwam in Spanje terecht. Daar was Siegel ook. Beiden vertrokken naar Israël. Daar overleed Frits Siesel in 2008.

In Engines pull wagons staat een foto gedateerd 1942 met vier jongens, zo te
zien voor de winkel van slager Koppel in de Lange Hofstraat, Zutphen. Op de foto staan
van links naar rechts Frits Siesel, Oscar Steiger, Jacob (Jacques) Koppel en Paul Siegel zelf.
Jacob Koppel, zijn zus Betti en Frits waren lid van Libie Bamizrach.

Overige bewoners Turfstraat 35 A

Op Turfstraat 35A woonden naast de Siesels ook Simon (Szymon) Goldstein, Sophia (Fie) Noach en J.B. van Haaren. Deze Van Haaren had een muziekwinkel op nummer 35 en woonde dus boven zijn zaak. Er is geen aanleiding om te denken dat hij Jood was. De anderen zullen op de verdiepingen boven hem hebben gewoond. Van Haaren was ook de eigenaar van 35 en 35A.

Simon Goldstein (van de site spurenimvest.de/2024/02/16/goldstein-simon/):

Simon Goldstein is geboren in het dorp Wola Batorska in Polen. Volgens deze site had hij de Poolse en de Oostenrijkse nationaliteit en woonde hij onder meer in Bremen (geen adres), in Rheine (Münsterstraße 41; Auf dem Thie 18) en in Zutphen, Turfstraat 35A. Met zijn vrouw Sara Katz had hij vijf kinderen: Wolff Wilhelm, Julius, Jenny, Frieda (alle vier geboren in Bremen) en Max (geboren in Rheine). Sara is in 1922 in Rheine overleden. (Dochter Jenny is naar Rotterdam ‘geëmigreerd’.)

Uit een advertentie valt op te maken dat hij lompenhandelaar was.

Op 28 oktober 1938 werd Simon Goldstein gearresteerd (in Recklinghausen?) en op 28 januari 1939 van Recklinghausen naar Polen weggevoerd. Op 17 mei 1939 is hij terug in Rheine. Daarna is hij naar Nederland ‘geëmigreerd’. Eerst naar de kust. Maar op 8 september 1940 moesten Joodse vluchtelingen het kustgebied verlaten. Simon verhuisde toen naar Turfstraat 35A in Zutphen.

Simon (Szymon) Goldstein heeft dus grote omzwervingen gemaakt vanuit zijn dorp in Polen, om niet ver daar vandaan uiteindelijk toch omgebracht te worden door de nazi’s. Op 27 november 1942 werd hij vermoord in Auschwitz.

Voor Simon Goldstein ligt een Stolperstein in Rheine. 

Sophia (Fie, Fietje of Phie) Noach

Sophia Noach was onderwijzers, geboren en getogen in Zutphen. Geboren op 17 december 1906, de oudste dochter van Israël Abraham Noach (Deventer, 8 januari 1881) en Betje Noach (Zutphen, 25 februari 1883). Als beroep van I.A. Noach vermeldt het Adressenboekje Zutphen 1920: uitdrager, Barlheze 19. Twee jaar later: Barlheze 20. Daar blijven ze jaren wonen. Sophia is dus opgegroeid in de Barlheze. 

Israël Abraham is een oudere broer van Antje Noach. (Gehuwd met Joël van Gelder, Groenmarkt 31A). Zie bij haar voor verdere familieleden Noach.

De uitdragerij ging failliet en het gezin Noach emigreerde in 1930 naar Nederlands Indië. Maar Sophia ging niet mee. Zij vond onderdak in de Turfstraat. Daar woonde ze nog toen de oorlog uitbrak.

Sophia, die ook wel Fietje of Phie/Fie werd genoemd, was onderwijzeres op de openbare school in De Hoven. Ze werd eind 1940 door de gemeente Zutphen ontslagen omdat zij Joods was. Sinds dat ontslag was zij op wachtgeld. Met deze toevoeging achter haar naam staat ze in het Adressenboek Zutphen 1942.

De foto van Fie Noach komt van de site van Miriam Vaz Dias. Fie Noach was haar tante.

Toen de Joodse gemeenschap een apart schooltje oprichtte in de Halterstraat omdat Joodse leerlingen vanaf het schooljaar 1941 niet meer naar openbare en christelijke scholen mochten, gaf zij daar les. Ze heeft in de tussentijd ook in de Rembrandtstraat gewoond, nummer 12. 

Ze kon in 1942 aan het eind van de zomer onderduiken bij de familie Van der Vegte, Oudewand 94. Daar waren ook de gezinnen van de broers Alex en Meijer Krukziener ondergedoken, samen negen personen. 

Fie Noach is een overlevende.

Bronnen voor Sophia Noach: Websites RAZ, bevolkingsregister online; Adressenboekjes online; Boeken: De Hoven 1940-1945; Jaap C. Riemens: Dat overleef ik wel – Meijer Groen – Het bewogen leven van een Zutphenaar.

Marjet Vos en Menno Tamminga, augustus 2025


 

Foto's