Pelikaanstraat 16

Weggevoerd van Pelikaanstraat 16:
Abraham van Gelder ☉ Zutphen, 11 January 1884 † Auschwitz, 27 November 1942
Saartje van Gelder-Fuldauer ☉ Doetinchem, 14 July 1884 † Auschwitz, 27 November 1942
Emiel Max van Gelder ☉ Zutphen, 11 December 1920 † Auschwitz, 31 March 1943

Lieve oma, opa en oom Emiel, geachte aanwezigen, lieve familie,

Leuker kunnen wij het niet maken!

Hier staan we bij de Stolpersteine, die ons herinneren aan jullie. Jullie, door de wereld in de steek gelaten, werden vermoord in Auschwitz. Opa en oma , direkt na aankomst in november 42, Emiel, 22 jaar oud,  in de strenge winter van 42 - 43 t.g.v. geen eten, dunne kleding, hevige koude en vlektyfus. Geen schijn van kans op overleven hebben jullie gehad.

Wij hebben jullie ons hele leven gemist. We hebben wel naar jullie gevraagd. Maar nooit echt doorgevraagd naar jullie. Lag dat aan ons of aan moeder? De rabbijn vond het jammer op elke simche, dat jullie deze simche wederom niet mee mochten maken. We hebben foto’s gezien, waar jullie opstonden: Emiel met plakhaar op de motorkap van een auto, opa met hondje op de arm en oma altijd met een ernstig gezicht. Jullie waren orthodox, weten we van moeder.

De shabbat duurde haar zomers altijd veel te lang. Ze kon nooit uit met vrienden. Hoe was dat voor oom Emiel?

Nu kunnen wij niets meer vragen.

5 keer ongeveer hebben wij zomers op het terrasje van de Pelikaankoffiebranderij aan de overkant  gezeten. Je zei: hier tegenover hebben wij het laatst gewoond. Nee niet in dat mooie brede huis. Dat bestond nog niet, maar in een van de 2 huizen, die er voor stonden voor de oorlog. Ik was wel gelukkig in Zutphen. Het zijn vriendelijke mensen hier. Niemand leeft meer: Mijn ouders niet,  mijn familie niet. Oom, tante en nicht Odewald in Wildervank zijn weg. Geen van mijn vrienden heeft het overleefd. Het is zo leeg allemaal. Kom drink je koffie op. We gaan naar de Diezerstraat. Naar die mooie sjoel, waar je grootvader altijd heen ging.

Moe ging  jong uit huis. Kwam het door de crisis  of door puberteitsconflicten met haar ouders? Ze begon als dienstmeisje in de huishouding. Eerst vlakbij in Lochem bij Nijstad. Later verweg in Amsterdam, het echte leven. Toen je oud genoeg was, volgde je de  verpleegstersopleiding in de P.I.Z.(Portugees Israelitisch Ziekenhuis) in Rotterdam.

Je was een kundig verpleegster.

In de oorlog werd de IJsselbrug vernield. De trein ging niet verder dan de Hoven (Zutphen-west). Voor de oversteek moest je met een bootje. Je redde het niet meer voor sperzeit binnen te zijn. Bij tante Bets en oom Han, halverwege in Amersfoort, moest je pauze houden en overnachten. Daar liep je achterneef rond. Een beetje afwezige, verlegen jongen, maar wel met flauwe grappen, waar jij heel hard om moest lachen. Met hem ben je getrouwd. De één na laatste choppe in Zutphen. Jullie kregen 5 kinderen. Je was gelukkig. Maar er was niemand, die er voor jou toe deed, die je het kon vertellen. Het was een breuk in je leven. Over die breuk was het moeilijk praten. Het leek of niemand je begreep. Wij vroegen niet door. Begrepen wij het wel?

 

Ik wil iedereen bedanken, die een bijdrage heeft geleverd aan deze manifestatie. Mevrouw Lodewijks-Keyser, de heer Anjo Lodewijks, de heer Noach, mevrouw Verbeek, Gunther Demnig, de Stolpersteine Stichting Zutphen en tenslotte jullie, familie, die vanuit Israel en Zwitserland hierheen gekomen zijn. Zo meteen het kaddisj (het Aramees gebed, dat de band met god beschrijft voor de levenden en de overledenen).