Halterstraat 22
Personen - Verhalen - Foto's - Verkaufsbuch
Personen
1940
Vanaf 30 november 1940, is het Joodse leerkrachten verboden te werken binnen het reguliere onderwijs. De schoolbesturen moeten zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen zeven dagen na aanvang van het nieuwe schooljaar, aan hun gemeentebestuur laten weten om welke kinderen het gaat; om onrust te voorkomen mogen de ouders pas kort voor het inwerkingtreden geïnformeerd worden. Op grond van de inventarisatie wordt bepaald waar Joodse scholen komen. Voor Joods lager onderwijs worden in Gelderland Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Winterswijk en Zutphen aangewezen, en voor voortgezet onderwijs alleen Arnhem en Winterswijk. In Deventer mogen beide soorten onderwijs komen. De scholen komen onder beheer van de plaatselijke Joodse Raad, die ook moet betalen voor de ‘ongesubsidieerde inrichtingen van bijzonder onderwijs’. De lokale overheden moeten wel voorschieten voor inrichting en instandhouding van de schoolgebouwen, het aanschaffen van leermiddelen, de salarissen van de leerkrachten en hun eventuele reis- of verhuiskosten, echter slechts tot de overdracht aan de Joodse Raad op 1 september 1941 een feit is. Vanaf dan is het verboden dat het stadsbestuur betaalt voor het Joodse onderwijs.
Bron: De Zutphense Kehille in het bijzonder
Privéles
In augustus 1940 verzochten Jacob Meijers en zijn vrouw Roos aan juf Roosje Groen-Meijers (1913–1991) om privéles te geven aan hun kinderen Jetta en Manuel. Roosje Meijers, geboren in het Gelderse Hengelo, beschikte over een onderwijsakte en had daarnaast lessen gevolgd bij een chazan (voorzanger), waardoor zij ook enige kennis had van het godsdienstonderwijs. De lessen begonnen in de serre van het huis van de familie Meijers aan de Frans Halslaan 66.
Het aantal leerlingen breidde zich al snel uit. Ook kinderen uit de omgeving kwamen naar het schooltje van juf Roosje. Toen de serre aan de Frans Halslaan te klein werd voor het groeiende aantal leerlingen, werd een volgende stap gezet. Het schooltje verhuisde naar een grotere ruimte in het pand van de leerhandel Elzas aan de Marspoortstraat. Deze locatie bood meer mogelijkheden en maakte het mogelijk het onderwijs op structurelere wijze voort te zetten. In deze fase kreeg Roosje Groen-Meijers bovendien assistentie van juffrouw Themans.
(Red: waarschijnlijk was dit Sophia Themans die ook aan de ULO in Arnhem les gaf).
Verschillende hoofden van reguliere scholen in Zutphen toonden begrip voor de situatie. Zij spraken hun afkeuring uit over de anti-Joodse maatregelen en stelden lesmateriaal beschikbaar dat Roosje kon gebruiken. Daarmee werd, zij het informeel, een vorm van steun geboden aan het Joodse onderwijs in de stad.
Bron: Joodse Bewoners in de Schilderswijk
1941
In de zomervakantie van 1941 brengt het Departement van Opvoeding. Wetenschap en Cultuurbescherming door een vertrouwelijke brief alle schoolbesturen op de hoogte dat per 1 september schoolkinderen 'van Joodschen bloede' op afzonderlijke scholen bijeengebracht moeten worden. De noemer Joods onderwijs gaat daardoor meer omvatten. Eigenlijk is de tem 'school voor Joodse kinderen' beter, temeer daar het onderwijs op de Joodse scholen 'neutraal' dient te zijn: godsdienstonderwijs mag geen vak zijn, met uitzondering op vanouds geheel Joodse scholen.
Bron: De Zutphense Kehille in het bijzonder
Hof van Flodorp
In Zutphen liet de burgemeester een inventarisatie maken, waaruit bleek dat er circa veertig schoolgaande Joodse kinderen in de stad waren. Ook het pand aan de Marspoortstraat bleek uiteindelijk onvoldoende toegerust voor dit aantal leerlingen.
Daarom werd besloten de school onder te brengen in het gebouw Hof van Flodorp aan de Halterstraat 22, een pand behorend bij de synagoge en in gebruik bij de Israëlitische gemeente voor godsdienstonderwijs. Hier werden twee lokalen ingericht met schoolbanken en schoolborden, zodat dagelijks regulier lager onderwijs kon worden gegeven. Per 1 december 1941 konden de Joodse leerlingen daar officieel terecht.
Begrip vanuit het regulier onderwijs
In Zutphen bestond in deze periode opvallend veel begrip en medewerking vanuit het reguliere onderwijs. Joodse leerkrachten mochten geen les meer geven en Joodse ouders werden steeds vaker tegengewerkt bij de schoolkeuze voor hun kinderen. Tegelijkertijd nam het antisemitisme zichtbaar toe. Verschillende schoolhoofden spraken hun afkeuring uit over de Duitse maatregelen en stelden lesmateriaal beschikbaar dat Roosje Meijers en haar collega’s konden gebruiken.
De onderwijzeressen
Bij de officiële opening van de Joodse school werden twee onderwijzeressen aangesteld:
-
Louise van der Velde (1905–1943), per 1 december 1941 benoemd tot hoofd van de school. Zij gaf les aan de gecombineerde klassen 4, 5 en 6.
-
Sophia (“Fietje”) Noach (1906–1965), die assisteerde bij het lager onderwijs en vooral met de jongere kinderen werkte. Zij had al eerder als onderwijzeres in Zutphen lesgegeven.
Doordat de Joodse Raad het onderwijs regelt is Roos Meijers na de start van de Joodse school in Zutphen in Rotterdam tewerkgesteld, waar ze tot 1 april 1942 blijft.
De school startte met ongeveer 51 leerlingen: 39 uit Zutphen zelf en daarnaast kinderen uit omliggende plaatsen zoals Lochem, Hengelo (Gld) en Steenderen.
1942 Joodsche Raad en onderduik
Vanaf september 1942 kwam het Joodse onderwijs onder toezicht van de Joodsche Raad, het door de bezetter ingestelde orgaan dat verantwoordelijk werd voor vrijwel alle Joodse aangelegenheden, waaronder onderwijs.
In de zomer van datzelfde jaar doken zowel Louise van der Velde als Sophia Noach onder om aan deportatie te ontkomen. De schoolcommissie van de synagoge stelde daarop Roosje Groen-Meijers aan als vervangster. Roosje had een sperre en wist daardoor voorlopig aan deportatie te ontkomen. Vanaf het schooljaar 1942–1943 nam zij de dagelijkse lespraktijk volledig over. Zelf schreef zij later dat zij het onderwijs aan Joodse kinderen in Zutphen en omliggende gemeenten had “waargenomen”.
Door toenemende reisbeperkingen konden kinderen van buiten Zutphen de school niet langer bezoeken. Het aantal leerlingen liep terug tot ongeveer twintig, vrijwel uitsluitend afkomstig uit de stad zelf.
Bron: De Zutphense Kehille in het bijzonder
De foto van de klas
In gesprekken met David Meijers, één van de leerlingen die de oorlog overleefde, kwam naar voren dat er een klassenfoto van de Joodse school in het museum in Zutphen zou hangen. Bij navraag bleek inderdaad dat in een kleinere ruimte een foto aanwezig was, afkomstig uit het persoonlijke archief van juf Roosje.
Op de foto staat Roosje Groen-Meijers achterin de klas. De meeste kinderen dragen een Jodenster. Via David Meijers is bekend dat ook Koosje Norden (Warnsveldseweg) en Bram Krukziener op deze foto staan. Welke andere kinderen zijn afgebeeld, is tot op heden niet volledig vastgesteld.
Bron: Joodse Bewoners in de Schilderswijk
Uit de wandbekleding valt op te maken dat de klas was gesitueerd in de voormalige secretarie, zie de foto onderaan de pagina.
1943 sluiting en lot van leerlingen en leraressen
In april 1943 verbood de bezetter Joden zich nog langer in de provincie te bevinden. Daarmee kwam definitief een einde aan de Joodse school in Zutphen. Tegen die tijd waren vrijwel alle Joodse inwoners gedeporteerd of ondergedoken.
Roosje Groen-Meijers en Sophia Noach overleefden de oorlog. Van de 39 Zutphense leerlingen die de school bezochten, overleefden er slechts zeven. Tweeëndertig kinderen werden in de vernietigingskampen vermoord.
Na de oorlog
Fiet Noach richt zich op 4 mei 1945 tot de burgemeester om rechtsherstel te vragen voor haar onrechtvaardig ontslag in 1940 omdat zij van joodse bloede was. Een voorstel voor financiële afhandeling komt pas in oktober 1947, maar ze kon al in 1945 aan het werk op school F, de latere David Evekink school. Officieel is ze per 16 april, de dag van de bevrijding van De Hoven, benoemd op die plek. Op 19 september 1945 schrijft Fiet dat ze met genoegen heeft vernomen dat de gemeente haar volledig rechtsherstel wil verlenen: "Daar Zutphen tot de zeer getroffen gemeenten behoort, stel ik van het bedrag, dat ik nog gerestitueerd krijg, de restitutie van 16 april tot 1 mei ter beschikking van een fonds ten baatte van de gemeente."
Bron: Zutphense Onderduikverhalen
Bronnen:
Joodse Bewoners in de Schilderswijk
Verdwenen Joodse Scholen
De Zutphense Kehille in het bijzonder
Zutphense Onderduikverhalen

