Het meisje tussen de wagondeuren

Sinti en Roma hebben een met Joden vergelijkbare vervolgingsgeschiedenis. Ook zij werden vervolgd op grond van de nationaal-socialistische rassenideologie. In Nederland gaf het bezettingsbestuur op 16 mei 1944 opdracht tot een grote razzia, waarbij alle in Nederland verblijvende ‘zigeuners’ opgepakt moesten worden. In achttien gemeenten pakte de politie personen ‘die de kenmerken der zigeuners bezitten’ op. In totaal werden 245 Sinti en Roma op 19 mei 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts een dertigtal overleefde. Ook de 9-jarige Settela Steinbach werd kort na aankomst met haar moeder en negen zusjes en broertjes in Auschwitz vermoord. Zij is te zien in de film die in de oorlog over Westerbork werd gemaakt, in de trein naar Auschwitz. Jarenlang werd zij voor een Joods meisje aangezien, totdat in 1995 werd achterhaald dat zij in werkelijkheid een Sintezza was. Geschat wordt dat enkele duizenden Sinti en Roma aan de razzia’s wisten te ontkomen.

Settela
Settela (Anna Maria) Steinbach (1934 - Auschwitz 1944)
 
Op 19 mei werden de 245 in kamp Westerbork aanwezige Sinti en Roma naar Auschwitz gedeporteerd. Settela, 'het meisje tussen de wagondeuren' werd lang voor een Joods meisje aangezien. In 1995 ontdekte een journalist dat zij 'een kind van Steinbach' was, toen hij de foto aan een overlevende sintezza van Auschwitz liet zien. Op 21 mei kwam het transport in Auschwitz aan. De Sinti en Roma uit dit transport werden in een apart deel van het kamp - het Zigeuenerlager ondergebracht. Op 31 juli 1944 werd Settela Steinbach in de gaskamer vermoord.
Still uit de Westerborkfilm gemaakt door de Duits-Joodse fotograaf Breslauer in opdracht van kampcommandant Gemmeker, collectie NIOD, Amsterdam