Deventerweg 91

Weggevoerd van Deventerweg 91:
Louis Koppel ☉ Zutphen, 21 May 1888 † Sobibor, 9 April 1943
Betsy Hendrina Koppel-Meijers ☉ Almelo, 24 March 1895 † Sobibor, 9 April 1943
Martijn Koppel ☉ Zutphen, 20 September 1924 † Sobibor, 9 April 1943

‘Vandaag is een belangrijke en mooie dag voor ons, de nazaten van Louis Koppel en Betsi Hendrina Koppel-Meijers en hun zoon Martijn Koppel. Zij leefden hier in Zutphen voor de oorlog. Zij zijn de ouders en broer van mijn opa Jaap Koppel. Zij komen uit Zutphen en leefden hier het grootste deel van hun leven, maar zaten in de periode van de oorlog ondergedoken in den Haag in de Adelheidstraat 162. Ze zijn vermoord op 9 april 1943 in Sobibor. Mijn moeder en tante, de dochters van Jaap Koppel, de enige overlevende van deze familie, hebben hun grootouders en oom nooit kunnen leren kennen. Ze zijn opgegroeid met de verhalen over de familie van hun vader maar vooral met de afwezigheid van deze familie. Dat zij er niet waren heeft grote invloed gehad op het leven van mijn moeder en tante, en zo ook op ons leven. Zij tweeën, met Avi de man van Bilha, en hun twee zonen, Ron en ik, zijn vanuit Israël gekomen voor deze prachtige gelegenheid van het leggen van de Stolpersteine.

 

Het leggen van de stenen vandaag, op deze plek, met deze herdenking en in het bijzijn van alle mensen die vandaag gekomen zijn, is een prachtig en bijzonder moment. Voor het eerst in meer dan 70 jaar worden Louis, Betsi en Martijn Koppel herdacht. Er wordt over hen gesproken. Het zijn mensen waarover niemand meer iets kan vertellen. Waar hielden ze van, wat voor mensen waren ze, wat waren hun hobbies? Dat weten we niet en er is niemand meer die dit ons kan vertellen. Het feit dat we onze familie, die we nooit hebben leren kennen, vandaag herinneren, maakt pijnlijk duidelijk wat is weggevaagd. Omdat er geen verhalen zijn over hen, stellen deze ceremonie en de stenen die gelegd worden, ons in de gelegenheid om stil te staan bij de levens die ermee verbonden waren. De nazi’s wilden alle joden vermoorden en doen vergeten, en wat er hier vandaag, nu, gebeurt is het grootste bewijs dat hen hun niet gelukt is.

 

De familie Koppel was een grote en uitgebreide familie in Zutphen. In de 18de eeuw is Jacob Koppel vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Vanaf 1814 heeft de familie zich in Zutphen gevestigd en generatie op generatie heeft hier geleefd, gewoond, gestudeerd en gewerkt. In Zutphen bezat de familie een chemische fabriek aan de Laarstraat 71 en hadden zij ook een aantal huizen. De familie leefde een goed leven in Zutphen aan de Deventerweg 91 tot het naziregime Nederland bezette. Toen moesten ze alles achterlaten, moesten ze Zutphen verlaten en onderduiken in Den Haag.

 

Mijn opa, Jaap Koppel, was 21 jaar oud toen hij op 4 februari 1942 gevlucht is. Via België en Duitsland is hij naar werkkampen in Zwitserland gesmokkeld en zo heeft hij de oorlog overleefd. Na de oorlog is hij teruggekomen naar Nederland. Hier leerde hij mijn oma Lydia Jongblut kennen. Mijn oma is ondergedoken in Terborg en Groessen tijdens de oorlog. Zij heeft ook haar hele familie verloren. Jaap en Lydia zijn getrouwd en daarna naar Israël geëmigreerd. Daar hebben ze hun gezin gesticht: zij kregen twee dochters, Bilha en Michal die op hun beurt ook gezinnen hebben gesticht.

 

Mijn opa heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden. Zijn dochters wisten niets van dit dagboek, en pas na het overlijden van mijn oma in 2008 hebben zij dit dagboek gevonden. Mijn opa schrijft in dat dagboek over zijn vlucht naar Zwitserland, over wat hij meemaakte en voelde en hij schreef ook over verhalen die hij hoorde over wat er gebeurde met zijn familie in Nederland. Ik wil een klein stukje vanuit zijn dagboek voorlezen:

 

“Op 23 maart, juist enige dagen na Rita vertrokken was, omdat ze het er niet veilig vond, kwam er een overval, ‘s morgens 7 uur door de Gestapo. De schrik, die mijn familie toen gehad moet hebben, moet verschrikkelijk geweest zijn. Mijn arme vader en mijn jong broertje Martijn, in handen van de gevloekte tuig in overvalwagens. Had hij tenminste maar in godsnaam met Rita gegaan, dan had hij nog geleefd.”

 

Mijn moeder Bilha en haar zus Michal en wij de kleinkinderen van Jaap en Lydia Koppel zijn dankbaar dat we onze voorouders kunnen herdenken en in het bijzonder hier, naast het huis waar zij zo lang hebben gewoond. We willen Gunter Demnig zeer bedanken voor dit prachtige en belangrijke project. Uit de grond van ons hart willen wij Anjo en Jolanda Lodewijks bedanken die zoveel heeft gedaan om dit mogelijk te maken. En de gemeente Zutphen en iedereen die deze herdenking mogelijk heeft gemaakt.

 

In het bijzonder wil ik een dankwoord uitspreken voor prediker John Breukelaar die tijd noch moeite heeft gespaard om ons te informeren het lot van mijn oma’s ouders en wat zij hebben meegemaakt gedurende de tijd dat zij ondergedoken zaten.'

 

Assaf Cohen, uitgesproken tijdens ceremonie op 23 april 2018