De Engelsen vroegen bij de boeren naar èèèks.

Dagelijks cirkelt hier een postvliegtuigje rond die de Engelsen en Canadezen, die hier in de buurt zitten, de post te bezorgen. Je kan de piloot duidelijk zien zitten. Het schommelt zo grappig met z’n hangende pootjes. Ze hebben hier en daar hun vliegveldjes, zoals achter Vorden bij het zwembad en in de wei van Jolink tegenover de smid Beumer. Beumer had op 31 maart in zijn smederij nog twee auto’s en motoren staan. Ik kwam er ’s morgens om het paard te laten beslaan. Maar dat was mis. 'Zij' gingen voor. Ik moest later maar eens weer komen. Ze waren er ’s morgens om 5 uur al gekomen en gingen ’s middags hals over kop weer weg omdat de Engelsen ze op de hielen zaten. Zodoende hadden ze niet veel tijd om de achterstallige slaap weer in te halen. Ik moet meteen weer aan die Sicherheitsman denken die de vorige keer ook net bij de smid kwam toen ons paard beslagen moest worden. Toen pakte hij zo uit tegen een jongen die hem een beetje uitlachte toen hij zijn fiets liet vallen die door zijn kameraden was stuk gereden. “Wij zijn hier de baas”, zei hij. “Lach maar als je de bom van de Tommies op je kop krijgt”, en nog veel meer…. En toen moest ook de smid het nog ontgelden omdat hij zei geen rad meer te hebben. Hij met de smid voorop door het huis naar de winkel, maar toen hij bemerkte dat het zo was, ontdooide hij een beetje. Maar wat een gezicht. Je zou zo’n kerel toch wel ik weet niet wat!. Hij is met z’n kameraden de eerste dag van de bevrijding in Barchem al gevangen genomen. Nu zal het wel uit zijn met: Wij zijn hier de baas! De Tommies rijden met hun auto’s de boeren langs om eggs ( èèèks hoort ome Jan), zo zeggen ze. Daar zijn ze verduveld gek op. Verder krijgen ze eten genoeg, Ze ruilen ze graag voor thee, één doosje thee voor 3 eieren, 2 doosjes sardines voor 1 ei. Suiker, meel, rijst, cacao en sigaretten… ook voor eieren, maar ook wel voor geld, voor money zoals zij zeggen. Op een avond in de schemer kwamen ze eens met z’n vieren. Toen hebben ze nog eieren geruild tegen sardientjes en thee. En meneer van Mourik kreeg ook nog een doosje met het een en ander omdat hij zoveel als tolk fungeerde, een alleraardigst gezicht. Eenvoudige, vriendelijke gezichten, geen geschreeuw zoals de moffen doen wanneer ze bij elkaar zijn. Die kwamen ook de boeren langs, maar als een afgetakeld leger, lopend of met een oud paard en niet om te ruilen, want zij hadden niets om te ruilen. Zij moesten eieren hebben om in leven te blijven of op krachten te komen. Niettemin als we de jongens stuk voor stuk bij ons hadden waren ze zo kwaad nog niet, een enkele uitgezonderd. Ze wilden ook graag anders, ook werken zoals wij. Maar zij konden niet anders omdat op elke blijk van onwil of verzet de doodstraf stond. Maar het regime van het hele Duitse leger deugt niet. Het past ons dus eigenlijk niet om te zeggen dat alle moffen en héél Duitsland niet deugt en moet verdwijnen. Nee, het Duitse volk en het leger is ermee vergiftigd en bedorven. Bron: Hetty