1940

Fall Gelb: De aanval op Nederland

De noordelijke sector van de aanval was toegewezen aan het tot Heeresgruppe B behorende X. Armeekorps (Generalleutnant Christian Hansen). Al op 19 november had dit korps haar eigen aanvalsplan uitgewerkt. De 227. Infanterie-Division (Generalmajor Friedrich Zickwolff) zou, aangevuld met de SS-Leibstandarte “Adolf Hitler” (SS-Obergruppenführer Sepp Dietrich, vanaf december 1940 onderdeel van de nieuwe Waffen-SS), de Nederlandse IJssel oversteken bij Zutphen en Deventer. De 207. Infanterie-Division (Generalleutnant Karl von Tiedemann) moest, aangevuld met de SS-Standarte “Der Führer” (SS-Standartenführer Georg Keppler, vanaf december 1940 onderdeel van de nieuwe Waffen-SS) ten noorden van de Rijn oprukken naar de Vesting Holland.

Het X. Armeekorps kwam op 29 januari 1940 definitief onder commando van de nieuwe 18. Armee (General der Artillerie Georg von Küchler) , waarbij ook de 1. Kavallerie-Division (Generalmajor Kurt Feldt) en het XXVI. Armeekorps (General der Artillerie Albert Wodrich) werden ondergebracht. Ter ondersteuning zou Generalleutnant Kurt Student met zijn Luftlandekorps (7. Flieger-Division en 22. Luftlande-Division) op diverse plaatsen binnen de Vesting Holland luchtlandingen uitvoeren. De 1. Kavallerie-Division kreeg de opdracht om de noordelijke provincies te bezetten en via het IJsselmeer de Vesting Holland binnen te dringen. Het X. Armeekorps diende zoals aangegeven de IJssellinie te doorbreken en de Nieuwe Hollandse Waterlinie via de Grebbelinie aan te vallen.

Het XXVI. Armeekorps ten slotte moest de Peel-Raamstelling doorbreken en via Brabant naar de Moerdijkbruggen optrekken, de kust van Walcheren bereiken en tegelijkertijd een eventuele geallieerde tegenaanval vanuit Antwerpen tegen houden. Hiervoor had het de beschikking over de 254. Infanterie-Division (Generalleutnant Walter Behschnitt), de 256. Infanterie-Division (Generalmajor Alexander Kauffmann), de SS Verfügungs-Division (SS-Gruppenführer Paul Hausser, dat bestond uit twee SS regimenten, de SS-AA, SS-AR en ondersteunende eenheden) en de 9. Panzer-Division (Generalmajor Alfred Ritter von Hubicki). De 208. Infanterie-Division en de 225. Infanterie-Division zouden als reserve de aanvallende troepen op de voet volgen. De 9. Panzer-Division was maar bescheiden in vergelijking met andere. De 9. Panzer-Division was de jongste Duitse pantserdivisie en als laatste ontstaan vanuit vier lichte divisies die tot een tankdivisie met één tankregiment waren uitgerust. Dit werd echter, gezien de vermeende kracht van het Nederlandse leger, niet als een probleem gezien (..). Bovendien was deze divisie met de meest moderne tanks uitgerust (Pz.Kpfw. III en Pz.Kpfw.IV).

 
Reserve-luitenant bij de artillerie, 31 jaar, Mill (Peel - Raam - stelling), 10 Mei 1940:

Telefoon - Nijdam meldt:

 ‘Pantsertrein! - vuurt hevig - rijdt door - stopt een eind achter het front -‘

Vanaf den zuidwesthoek van Mill volgt de frontlijn een eindweegs de spoorweg in westelijke richting - nog iets verder naar achteren, dichtbij de spoorlijn, zit commandopost-I-3R.I.! (Eerste bataljon derde regiment infanterie).

‘De trein laadt infanteristen uit. Er wordt hevig uitgevuurd eigen infanterie is volkomen verrast -’

Afgebroken, maar ik blijf aan de lijn:

‘Nijdam - de luitenant Nijdam daar -’

Daar is Nijdam weer:

 ‘Pas op - er zijn vijandelijke detachementen doorgebroken - pas op voor vijandelijke infanterie in den rug!’

Ik geef dit onmiddellijk door aan de drie Batterijen, en aan het personeel rondom de commandopost: telefonisten en ordonnansen,   die beschikbaar zijn, houden uitkijk en verbarricadeeren zich ook naar achteren.

Die pantsertrein - en het vernielingsplan Maas dan? De brug bij Gennep is dus niet gesprongen - verdomd nog aan toe!

Nijdam: Infanterie hier wordt verplaatst - verbinding wordt afgebroken.’

Uit - geen gehoor meer.

Ik leg mijn toestel neer. Buiten staan onze posten. Vliegtuigen razen over ons heen, mitrailleurs knetteren. Mijn taak is hier voor het oogenblik voorbij, er is nu geen verbinding. Ik moet naar buiten naar onze menschen.

Overal om onze post heen hebben ze zich opgesteld, dekking zoekend achter kippenhokken en stroobossen. We bespreken samen de situatie - maar wat te doen. Geen mitrailleurs, niets!

Weer draait daar een jager door de lucht, ziet hij onze groep? Ja, verdomme hij ziet ons - Weg, dekken! We dekken ons zoo veel mogelijk - tèk.tèk.tèk.tèk.tèk - half tegen een stroowand gedrukt, zie ik hem duidelijk draaien en vuren. Op 2 pas afstand van me hurkt een van onze jongens - tèk.tèk.-tèk.tèk.tèk.tèk.tèk. giert de streep mitrailleurkogels tusschen ons door! Alweer geluk.

Iemand grijpt zijn karabijn

‘Niet schieten! Schieten markeert een pluk menschen extra, dan komt hij terug, en raken doe je hem toch niet.’

(Dat is een algemeene strenge order - Mitrailleurs moesten we hebben, heeren in DenHaag!)

‘Ach luitenant, had me toch laten schieten - ik had hem zoo gehad!’

‘Nee jong, dat lijkt maar zoo - niet schieten.’ Ver achter ons, richting dorp Zeeland, woedt een geweldige brand - het pionierpark  gaat in vlammen op. Het lijkt me even rustiger - Ik loop rondom onze boerderijen spreek met de diverse posten.

Daar is wat aan de hand in de commandopost! Ik ren naar binnen: Bericht! Ik grijp de telefoon - de Lt. Jansen, Commandant rechter Batterij:

‘Vijandelijke infanterie komt van rechts opzetten - een paar honderd man - ik neem ze onder vuur - op 700 meter - heb onmiddellijk hulp noodig.’

De Kapitein, weet hij het? Hij is uit de commandopost weggesneld, onbekend waarheen -

(Zelf heeft hij aan Jansen, op diens eerste melding, het bevel tot vuren gegeven:

‘Kun je het af met één stuk? We moeten onze opstelling vóór het stormvuur niet verraden --groote groepen, steeds talrijker? Vooruit, met de heele Batterij, doe wat je kan!’ - daarna is hij weggerend, naar de centrale, en vervolgens naar voren naar de stelling -)

Ik roep op: ‘midden Batterij!’                                             

‘hier midden Batterij!’

‘linker Batterij!’

‘hier linker Batterij.’

‘Commandanten aan de telefoon -Beerman, VanRoden - luister: Jansen krijgt vijandelijke infanterie van rechts. Vraagt hij onmiddellijk steun - stukken naar rechts omgooien - maar wat opzij, om te kunnen vuren.’

Meteen komt Jansen weer:

‘Verbruggen, ik moet onmiddellijk hulp hebben, ze naderen - ik kan ze alleen niet baas.

’Daar tusschen door Beerman en van Rhoden beide:

‘We kunnen niet schieten, we kunnen niets waarnemen; welke richting?’

Nu moet ik coördinerend optreden en wel vlug:

‘Jansen - midden en linker Batterij zien niets, duid aan in welke richting ze moeten vuren.’ ‘Recht over mij heen!’

‘Hallo centrale, de drie Batterijen en mij doorverbinden, onder géén voorwaarde verbreken - midden en linker Batterij luisteren: Vuren recht over de rechter Batterij heen’ (ik kijk in haast op de kaart om de afstanden te herleiden - rechter Batterij meld de 700 meter) - ‘midden Batterij 900 - linker Batterij 1100 - Jansen neemt jullie vuur waar, en geeft de correcties op - Vlug!’

De rechter Batterij vuurt reeds heftig. In haast gooien nu ook midden en linker Batterij hun stukken rechtsom, en vallen in:

- bàngg -- bàngg - bàngg bàngg.

De telefonisten van midden en linker Batterij nemen hun functie zelf weer op, en melden: ‘Midden Batterij - schot.’

Jansen: ’50 meter terug - een hand breedte naar links.’

‘Linker Batterij - schot.’

Jansen: ’50 meter terug -2 handbreedtes naar links.’

In strijd met de meest strenge artilleristische regelen wordt er uit de vuist gevuurd: door de zwenking rechts om staande stukken zoo wat op één lijn achter elkaar - voor verplaatsen is geen tijd - er staan boomenrijen in deze schootsrichting! -

- bàngg -bàngg bàngg - bàngg!

’50 meter terug - 1 handbreedte naar links. ’

De Batterij Commandanten geven de commando’s - de Batterij officieren rekenen om: afstand zoo veel terug: commandeeren een lagere opzethoogte (elevatie) naar de stukken. De Stuks Commandanten en richters houden als richting aan: ‘zooveel links van die boom daar!’ -- oppassen voor de bediening van dat andere stuk: bij ieder schot:

‘Bukken! ’ tegen de kameraden verderop!

Wild wordt er gezwoegd. Opzij! - bangg! -achteruit steigert het kanon - ‘pak an, naar voren!’ - de kanonniers zwoegen hem weer op z'n plaats - tegelijk worden nieuwe brisantgranaten aangesleept -

‘Open dat sluitstuk!’ - heete walm slaat hun in 't gezicht, kan niet verdommen- ‘laden!’ - erin die granaat - dèngg, dicht! - tegelijk geeft de richter al de richting - ‘gooi om die staart -naar rechts - nog iets - zoo schiet ik net langs die boom’ - klaar - eraf - opzij! -‘bukken jullie daar!’ - ruk - bàngg! - bànggbàngg‘

‘50 meter terug.’

- bànggbàngg -bàngg!

Het begint goed te gaan -- als we het maar halen:

‘Telefonisten luisteren - als Commandant rechter Batterij geluid geeft, houdt ieder ander zich onmiddellijk stil, of we draaien z’n nek om, begrepen!’

Het is begrepen. Ik kan nu verder zwijgen. De telefonisten doen voortreffelijk werk, melden schot na schot van linker en midden Batterij. Jansen leidt het vuur prachtig, antwoordt regelmatig:

’50 meter terug.’

- bànggbàngg -

- bàngg -

‘100 meter terug.’

- bàngg -bànggbàngg -

Korter wordt de afstand, lager de elevatie, wilder de actie. Zwoegen, zwoegen, zwoegen -zoo onpractisch als ze zijn die kanonnen - een snelvuur moet het zijn, een snelvuur!

Ze naderen, hou vol! Opper Ketel, Batterij Officier in de rechter Batterij, vecht voor zijn leven. Dit is nu zijn vak, zijn beroep. Oud is hij geworden in zijn levenslange garnizoensdienst - ontelbare generaties dienstplichtigen heeft hij afgericht - heeft 8 Staal (Geschut met kaliber van 8 cm), als hopeloos verouderd en met een medelijdende geringschatting zien opdoeken - daar staat hij nu met zijn oude 8 Staal's, hij, de eenige die ze goed kent

'Aanpakken jongens, vooruit - duwen - opzij er mee - met veel inspanning worden enkele stukken versleept, komen weer meer naast elkaar voor dit front - Vuren!

Vooruit jongens, vlugger! - vasthouden, hou vol! Hij rent heen en weer in de Batterij, vergeet dat hij niet meer jong is, vergeet dat de Duitschers zich wel moeten rot lachen om 8 Staal  --

Dat vergeten we allen! Vuren! Dichter en dichterbij komen de Duitschers, granaat op granaat slaat in hun rijen - nog wijken ze niet. - Wachtmeester van Duren, van de Staf -rechter Batterij, klimt levensgevaarlijk zichtbaar op het dak om beter waar te nemen. - bànggbàngg - bànggbàngg -

'50 meter terug - 1 handbreedte naar links.’ - bàngg - bàngg bàngg -

‘50 meter terug’.

’Verdomme, ze zitten er bijna op. Als ze de stelling binnendringen ... Geef ons mitrailleurs, mitrailleurs! Wat zei die officier in DenHaag ook weer; ‘heeft U dan geen mitrailleurs? ’Verrek nog aan toe!

’50 meter terug.’

III-20R.A. (Derde afdeling van het 20 ste regiment artillerie) vecht als een razende. Woest wordt er gewerkt. Kort is nog maar de afstand - vlak staan de vuurmonden. Krankzinnig is dit vuur, levensgevaarlijk tusschen die boomen door - doeterniettoe - pas op - bukken! koppen weg! - bànggbàngg! gierende granaten vlak over dehoofden van de kameraden - kan niet schelen - laden - richten - vuren - bàngg! - op z’n plaats - laden - richten - vuren - bàngg!

’50 meter terug.’

Zoo meteen is het voorbij - met die paar karabijnen doen ze niets tegen die kerels - en wij op de commandopost kunnen elkaar daarna ook wel goeiendag zeggen --

Dit artillerievuur moet het doen, het spant op het uiterste!

De telefoon meldt: Commandant - Vak Schayck is persoonlijk in de stelling verschenen!  (onjuist -dat moet de Commandant - I - 3R.I. zijn!)

- bànggbàngg - bàngg -

Volhouden - het moet lukken - achter ons is niets meer - als ze ons onder den voet loopen, vallen ze de dunne infanterielijn vóór ons in de rug, rollen ze dit front op ...

- bànggbàngg - bàngg - bànggbàngg -

Jansen neemt scherp waar - regelmatig, hard en duidelijk klinken zijn commando's:

’50 meter terug - een handbreedte naar links.’

Nòg wilder gaat het toe. Zijn dit dezelfde menschen, samengeraapt uit de Depot's, die zoo totaal ongeoefend waren, waar we zoo ’n bliksemsche moeite mee hadden?!

Als bezetenen werken de bedieningen, zweetend, hijgend, in dikke kruitwalm dekken voor de schoten der anderen - op z’n plaats duwen - laden - richten - vuren bàngg! - duwen - laden - richten - vuren - bàngg! - duwen - laden - richten - vuren bàngg! -

Op de afdelingscommandopost zit ikzelf, nog steeds aan de telefoon - in de hoogste spanning - zoo intensief beleef ik dit - ik zie letterlijk hoe ze daar werken

- bànggbàngg - bàngg -

De Kapitein is weer verschenen, hij is zelf vóór geweest - zou het lukken?! géén ’50 meter terug’? -

Jansen zwijgt... - bànggbàngg - bànggbànggbàngg -

Daar klinkt Jansen’s stem weer:

‘Goed!’

Vooruit jongens, doorgaan, zelfde afstand, volhouden!

‘Goed!’

Geen verslapping treedt op - volhouden, misschien halen we het! Jansen kijkt, de Duitsche aanval is al verlangzaamd - ziet hij goed? stoppen ze? - ja waarachtig, ze aarzelen -- bànggbànggbàngg! --  slaan de 8 cm’s vanaf korten afstand tusschen hen in -- ja ja ze beginnen te wijken - Volhouden, doorgaan! ’50 meter vooruit.’

- bàngg - bàngg - bàngg -bàngg - bàngg -

Ze wijken, hou vol, doorzetten - ik kan het wel hardop schreeuwen, zoo beleef ik dit alles mee aan mijn telefoon --

De Duitschers vloeien terug - dit is hun te machtig - dit hadden ze niet verwacht

’50 meter vooruit.’

- bànggbàngg -

- bàngg -- bànggbàngg --

Eindelijk klinkt het verlossende -

‘houdop vuur!’

en de Batterij Commandanten midden en linker Batterij geven door:

‘houdop vuur!’ en de Batterijofficieren schreeuwen:‘houdopvuur!’

Ja, we zijn er - ‘Goed jongens, bravo Jansen, dat was een fijn stukje samenwerking!’

In mijn gedachten zie ik de melding al bij de Peel Divisie binnenloopen:

‘--- doorbraak bij Mill gestopt ---

Met den rug van mijn hand veeg ik mij het zweet van het voorhoofd. Het was hachelijk.